Anekdotes uit de sportgeneeskunde - Manfred Doneke

Toen ik in de jaren 1980 met de organisatie van een congres over Sportgeneeskunde startte, had ik mij voorgenomen dat de naam van de beroemde dopingspecialist Manfred Donike (1933-1995) niet op een van de programma's mocht ontbreken. Ik bezocht hem dan ook in zijn kantoor van de Sporthoheschule Köln om hem persoonlijk uit de nodigen en hij was meteen bereid om een spreekbeurt te komen geven.

Hij was voorzien als laatste spreker op zaterdagvoormiddag, maar tot mijn grote verbazing kwam hij niet opdagen. De spreker voor hem kreeg dan ook twintig minuten meer tijd voor zijn uiteenzetting. Enkele uren later daagde een Duitser op, die een assistent van Donike bleek te zijn. Zijn baas kon op het laatste ogenblik niet komen en stuurde zijn medewerker naar Limburg, maar gaf hem een volledig fout adres op. Het congres ging door in Hengelhoef-Houthalen en de brave man was naar het Cultureel Centrum van Hasselt gereden, waar men natuurlijk van toeten noch blazen wist. Ik kon hem spijtig genoeg niet meer aan het woord laten.

Donike promoveerde in 1965 als chemicus aan de Universität Köln. In 1972 ontwikkelde hij een analytische methode voor het opsporen van doping, die datzelfde jaar voor het eerst gebruikt werd op de Olympische Spelen van München. In 1977 werd hij aan de Sporthoheschule Köln tot directeur benoemd van het Instituut voor Biochemie, waar hij begin van de jaren 1980 ontdekte dat synthetisch testosteron zich in het menselijk lichaam langzaam tot epitestosteron omvormt. Daarmee werd de basis gelegd voor de T/E-verhoudingen die vanaf 1982 gehanteerd worden om bij dopingtests testosterongebruik op te sporen. Met die methode werden o.a. de Nederlandse discuswerper Erik de Bruin (1963-), de Nederlandse wielrenner Gert-Jan Theunisse (1963-), de Duitse sprintster Katrin Krabbe (1969-) en de Canadese sprinter Ben Johnson (1961-) betrapt. Op de Panamerikaanse Spelen van 1983 in Caracas vlogen negentien sporters tegen de lamp.

Wat echter weinigen weten is dat Manfred Donike van 1954 tot 1962 een verdienstelijk professionele wielrenner was, zowel op de weg als op de baan. Zo won hij ondermeer de zesdaagse van Münster, twee keer het nationaal kampioenschap koppelkoers, de achtste etappe in de Ronde van Nederland en de Ronde van Keulen. In 1960 en 1961 verscheen hij ook aan de start van de Tour de France, die hij in beide gevallen echter niet uitreed. Na zijn carrière gaf hij toe dat hij als wielrenner geregeld verboden middelen had gebruikt.

Manfred Donike overleed op 21 augustus 1995 aan boord van het vliegtuig naar Johannesburg aan de gevolgen van het hartaanval.


rdsm