Doping in de sport - 1968-O.S.

Olympische Spelen 1968

Naar aanleiding van de Olympische Spelen in Grenoble en Mexico publiceerde de medische commissie van het IOC voor het eerst een lijst met verboden middelen. Die bevatte producten als amfetamines, efedrine, stimulerende middelen, verdovende middelen en antidepressiva, maar van een echte definitie van het begrip doping was nog geen sprake.

In Mexico werden wel de eerste officiële dopingtests uitgevoerd tijdens Olympische Spelen.

Atletiek

Het gebruik van steroïden bij vrouwelijke atleten volgde hetzelfde patroon als dat van de mannen, met de krachtatletes als eerste gebruikers. Het bewijs van dat gebruik door de vrouwelijke werpers uit het Oostblok gaat minstens terug tot de Olympische Spelen van Mexico. De Oost-Duitse Margitta Gummel-Helmbold (1941-) won toen het kogelstoten niet alleen, maar ze was met 19m07 en 19m61 de eerste vrouw die de negentien-meter-grens overschreed. Het jaar nadien stootte ze zelfs 20m11.

In de atletieknummers waren de werpers de eerste anabolica gebruikers. Midden van de jaren 1960 was het gebruik van steroïden een normale gang van zaken voor de wereldtop, zoals de Amerikanen Randy Matson (1945-), in 1968 Olympisch kampioen en wereldrecordhouder kogelstoten, Dallas Long (1940-), in 1964 Olympisch kampioen kogelstoten, Russ Hodge (1939-), wereldrecordhouder tienkamp en Harold Connolly (1931-2010) in 1956 Olympisch kampioen hamerslingeren. Volgens Connolly gebruikten heel wat atleten anabole steroïden tijdens de Spelen van 1968 en dat in verschillende onderdelen: sprinters, hordelopers en middenafstand-lopers.

Dokter Tom Waddell (1937-1987), een Amerikaanse tienkamper en stichter van de Gay Olympics, schatte dat 30% van het Amerikaanse atletiekteam steroïden had gebruikt op het pre-olympische trainingskamp van 1968.

Op de Olympische Spelen van Mexico was Hans-Gunnar Liljenwall (1941-) door zijn alcoholgebruik verantwoordelijk voor de diskwalificatie van het Zweedse team in de moderne vijfkamp. Na het invoeren van de dopingreglementen was hij de eerste atleet die gediskwalificeerd werd op Olympische Spelen. Liljenwall meldde dat hij bij het pistool schieten 'twee biertjes' had gedronken om zijn zenuwen te kalmeren. Het Zweedse team moest de bronzen medailles inleveren. Liljenwall werd dus gediskwalificeerd voor het drinken van bier, terwijl de veertien atleten die positief hadden getest op tranquillizers niet werden uitgesloten.

Bill Toomey (1939-), Olympisch goud op de tienkamp van 1968 in Mexico en winnaar van de prestigieuze Amateur Athletic Unie Sullivan Award, bekende later dat hij tijdens de Spelen doping had gebruikt om zijn prestaties te verbeteren.

Gewichtheffen

Tijdens de Olympische Spelen van 1968 behoorden amfetamines nochtans tot de verboden producten, waarvoor een post-event test werd uitgevoerd. Toen aan een Amerikaanse gewichtheffer, die toegaf dat de meeste collega's voor iedere wedstrijd amfetamines namen, gevraagd werd hoe de Olympische ban de prestaties beïnvloedde, reageerde hij :

"Welke ban? Iedereen gebruikt het nieuwe middel uit Oost-Duitsland, dat via de huidige test nog niet kan opgespoord worden. En als ze hiervoor een nieuwe test ontwikkelen, vinden we wel iets anders. Het is net als het spelletje tussen rovers en politie."

Kay Dooley (1930-), de teamarts van de Amerikaanse gewichtheffers, verklaarde:

"Ik denk niet dat het voor een gewichtheffer mogelijk is om internationaal te concurreren zonder anabolicagebruik. . . Alle gewichtheffers van ons Olympische team moesten steroïden nemen, anders waren ze niet in de running.”

In die tijd was het gebruik van steroïden nog niet verboden en werd er minder geheimzinnig over gedaan. Het was ook het jaar waarin het IOC een medische commissie oprichtte en bepaalde geneesmiddelen verbood. Tijdens die Olympische Spelen van 1968 in Mexico debatteerden sporters en coaches niet over de moraal of het fatsoen van dopinginname, de enige discussie ging over het feit welke doping het meest efficiënt was.

"Werden anabole steroïden op grote schaal gebruikt door Olympische gewichtheffers?”

vroeg men aan Dave Maggard (1940-), vijfde in het kogelstoten op de Spelen van Mexico en nadien atletiekcoach van de Universiteit van Californië.

"Laat het mij zo stellen. Als men de dag voor de wedstrijd in het dorp was komen melden dat men een nieuwe test had uitgevonden die elke gebruiker van steroïden zou betrappen, dan hadden heel wat atleten omwille van zogenaamde spierkrampen niet deelgenomen aan de competitie."




rdsm