Doping in de sport - 1969

1969

Het Amerikaanse weekblad 'Sports Illustrated' publiceerde een driedelig onderzoek over prestatiebevorderende middelen binnen de sport. Bronnen voorspelden dat het gebruik van dergelijke geneesmiddelen uiteindelijk zou uitgroeien tot een epidemie. De slotzin van het onderzoeksrapport luidde:

"Geen enkele grote Amerikaanse sportorganisatie, zowel bij de amateurs als bij de professionals, heeft specifieke anti-doping regels, laat staan een onderzoeksapparaat."

In1969 kwam de kat helemaal de koord op. Gebruikers prezen de effecten van anabole steroïden op hun prestaties en Jon Hendershott (1946-2018), de toenmalige redacteur van het Amerikaanse tijdschrift 'Track and Field News', catalogeerde de anabole steroïden als het 'ontbijt van de kampioenen'.

Prestatiebevorderende middelen verspreidden zich ook zeer vlug in de jeugdsport. Een atletiektrainer van de West Coast beweerde dat hij door een collega benaderd was om amfetamines te verschaffen aan meisjes van de basisschool en middelbare school.

In december 1969 liet de Duitse anti-dopingactiviste Brigitte Berendonk (1942-) in het dagblad 'Der Zeit' optekenen:

"Sedert Mexico en Athene kan men het met de beste wil van de wereld niet meer verdoezelen, de hormonenpil en de hormonenspuit behoren blijkbaar evengoed tot de moderne topsport als het trainingsplan, de shirts, de spikes en de onkostenvergoeding. Volgens mij treffen zich weldra meer pillenslikkers bij grote sportmanifestaties dan niet-gebruikers. Olympia volgens het motto 'Dianaboliker aller landen, verenig u!' Praktisch alle tienkampers van wereldklasse slikken pillen, 90% van de werpers, stoters en gewichtheffers, ongeveer de helft van de springers en sprinters, en ook bij de roeiers, zwemmers en teamspelers zijn ze meer en meer geliefd. 'Pillenkoningen' zoals de Amerikaanse tienkamper Russ Hodge (1939-), zijn teamkameraad Bill Toomey (1939-) of de Zweedse dscuswerpen Ricky Bruch (1946-2011) zouden al spierversterkende androgenen slikken bij het ontbijt  zodat hun apothekers eigenlijk leveringsproblemen moeten hebben."

American Football

Robert Kerlan (1922-1996), voormalig teamarts van het football team de Los Angeles Dodgers, vatte het aldus samen:

"Het overmmatig en geheimzinnig dopinggebruik wordt meer dan waarschijnlijk een groot atletisch schandaal dat het publieke vertrouwen in vele sporten zal schaden, net zoals het gokschandaal de reputatie van het basketbal bezoedelde."

De geschiedenis van het druggebruik in het Amerikaanse betaalde football bestreek minstens zestig jaar en omvatte het gebruik van stimulerende middelen (amfetamines en cocaïne), anabolica (anabole steroïden en groeihormonen) en pijnstillers (narcotische analgetica en codeïne). Vlak na de tweede Wereldoorlog stak het amfetaminegebruik de kop op in de National Football League (NFL). Een onderzoeksrapport over het drugsgebruik merkte op dat

"binnen de grote Amerikaanse sporten, het gebruik van amfetamines het hoogst was in football."

Amfetaminen werden in contactsporten zoals football gebruikt. Niet zozeer om de vermoeidheid te maskeren, eerder om de pijn te overwinnen en als 'geestelijke opkikker'. De eminente psychiater Arnold Mandell (1934-), die van 1972 tot 1974 teamarts was van de San Diego Chargers, illustreerde dit met een citaat van een oud-speler:

"Doc, ik ben niet bereid tegenover een man te gaan staan die grommend, kwijlend en met grote verwijde pupillen op mij komt afgestormd, tenzij ik in dezelfde toestand ben!'

Mandell vervolgde:

"Een footballspeler gebruikt een keer per week amfetaminen, zoals een vrachtwagenchauffeur ze neemt om een lange rit af te malen of zoals een student ze slikt om zijn eindwerk af te maken of om te blokken voor zijn examen. Gewoonlijk haat hij dat gevoel en ziet hij er naar uit om dit nooit meer te moeten doen. Het is gewoon een manier om het werk gedaan te krijgen."

Nadat hij in het tweede time van de Super Bowl Game van 1969 een schouderblessure opliep, kreeg Arkansas Quarterback Bill Montgomery (1949-) een pijnstiller ingespoten aan de zijlijn. Hij kwam het terrein terug op om elf voorzetten af te maken met een touchdown, waarmee zijn team Georgia versloeg.

"De inspuiting hielp," aldus Montgomery, "mijn schouder deed geen pijn meer tot de uitwerking ervan in het vierde kwartje verminderde."

Jim Calkins (1946-), in 1969 aanvoerder van het Berkeley football team van de University of California, beweerde dat de clubarts hem anabole steroïden gaf om aan gewicht te winnen maar ook om tot het einde te kunnen doorspelen.

Basketball

"En geef me nu twee slaappillen,"

vroeg Jerry West (1938-), de ster van de Los Angeles Lakers, na de eerste wedstrijd van het NBA kampioenschap 1969 aan zijn trainer, waarin West 53 punten scoorde tegen de Boston Celtics.

Voetbal

In de Braziliaanse provincie Parana werden de eerste dopingcontroles uitgevoerd bij voetbalspelers, daaruit bleek dat twaalf van de dertien ploegen uit de Serie A regelmatig prestatiebevorderende middelen nam en dat 60% van de spelers positief testte.

Wielrennen

In een interview met het Duitse weekblad 'Der Spiegel' openbaarde Professor Paul Chailley-Bert (1890-1973), de Franse voorzitter van de International Sports Medical Association, dat al meer dan duizend renners aan doping waren overleden. Alleen in 1967 stierven er al vijf bekende wielrenners.

De gentlemen wedstrijd van 2 februari 1969 in het Franse Cannes werd overschaduwd door de plotse dood van wielrenner Pierre De Pretto (1909-1969). In het shirt van de stadsbestuurder uit de Corsicaanse hoofdstad Ajaccio werd een tube amfetamines gevonden.

Nadat hij in de Giro d'Italia van 1969 zestien dagen lang de roze trui droeg, testte de Belg Eddy Merckx (1945-) positief op het stimulerende middel Reactivan en werd hij uitgesloten. Maar Merckx ontkende de beschuldigingen steevast. De controverse zwol aan toen bleek dat de testresultaten niet op de normale manier behandeld waren, de pers kreeg het nieuws nog voor Merckx en zijn teamleiding op de hoogte waren gebracht. Later werd Merckx witgewassen.

In 1969 testte de Portugese wielrenner Joaquim Agostinho (1943-1984) positief in de Ronde van Portugal. Vervolgens opnieuw in dezelfde Ronde van 1973, en tenslotte in de Tour de France van 1977.


rdsm