Doping in de sport - 1970

1970

In de jaren 1970 werden de anabole steroïden massaal gebruikt, nadat men een opsporingsmethode had gevonden voegde het IOC ze in 1976 toe aan haar lijst van verboden middelen.

In de Verenigde Staten werd de illegale handel, het illegale bezit en de illegale fabricatie van amfetamines strafbaar, een arts mocht het product echter blijven voorschrijven.

Men vermoedt dat er begin van de jaren 1970 minstens honderd sterfgevallen veroorzaakt werden door dopinggebruik.

American Football

Vic Washington (1946-2008), een All-Pro running back bij de San Francisco 49ers, omschreef het cocaïnegebruik in de NFL als volgt:

"Op dat ogenblik beschouwde men het als een middel om bij de spelers scherpte aan te kweken . . . We waren verwikkeld in een oorlog en het gebruik van cocaïne werd als een manier aanzien om ons geestelijk scherp te houden. Op dat ogenblik begreep ik het niet, want ik leefde buiten de realiteit. Professioneel football is namelijk geen realiteit.”

Atletiek

De Duitse nationale trainer kogelstoten Werner Heger (1942-) bekende onomwonden dat 90% van zijn discipelen anabolica gebruikte.

Baseball

Het amfetaminengebruik in de Major League Baseball kreeg grote bekendheid toen Jim Bouton (1939-), de voormalige pitcher van de New York Yankees en auteur van het controversiële boek 'Ball Four', in 1970 toegaf dat hij het spul gebruikt had en dat hij schatte dat 40% van alle spelers dat deed. Bouton argumenteerde dat de drugs een vals gevoel van veiligheid gaven:

“Het probleem ervan is dat ze je zo groot doen voelen, dat je denkt dat je aan het roken bent als je dat niet doet. Het resultaat is dat je uitbundig wordt, rotzooi schopt en een pak slaag krijgt.”

Dock Phillip Ellis (1945-2008), pitcher in de American Major League Baseball, gaf later toe dat hij in 1970 onder invloed van LSD een no-hitter wierp, een baseball term die aanduidt dat de tegenpartij geen enkele van zijn worpen raken kon. Hij was dikwijls onder invloed van zowel drugs als alcohol, maar ging in behandeling en werd een van de voorvechters van drugbestrijding. Op 14-jarige leeftijd was hij beginnen drinken en op 63-jarige leeftijd stierf hij aan een leverziekte.

Gewichtheffen

In 1970 testten negen van de twaalf medaillewinnaars positief op amfetaminen tijdens het WK gewichtheffen in het Amerikaanse Columbus.

Rugby

Tot de jaren 1970 aten de voorspelers van de rugbyteams voor iedere wedstrijd everzwijnvlees, terwijl de middenvelders hertenvlees consumeerden.

Voetbal

In een interview met het Franse tijdschrift 'Miroir Sprint' bekende de Braziliaanse voetbalinternational Vava (1934-2002) zijn dopinggebruik.

"Doping is bij ons dagelijkse kost. Toen ik nog voor Palmeiras speelde, verplichtte men mij te doperen. Een collega vertrouwde me toe dat die praktijk ook bij zijn club Pernambuco bestond."

In maart 1970 testten Julio Cortes (1941-) en Omar Caetano (1938-2008) van Penarol de Montevideo positief tijdens de competitie in Uruguay.

Wielrennen

Ondanks de structurele zwakte in de dopingstrijd testten wielrenners tussen 1960 en 1980 telkens opnieuw positief bij dopingcontroles. Onder meer de Tour de France winnaars Eddy Merckx (1945-), Felice Gimondi (1942-), Lucien Aimar (1941-), Luis Ocaña (1945-1994), Bernard Thevenet (1948-), Joop Zoetemelk (1946-), Laurent Fignon (1960-2010) en Pedro Delgado (1960-) en de Duitse renners Rudi Altig (1937-2016) en Dietrich Thurau (1954-). Heel wat andere toprenners gaven hun dopinggebruik ruiterlijk toe tijdens of na hun sportcarrière, zoals Fausto Coppi (1919-1960), Jacques Anquetil (1934-1987), Rik Van Steenbergen (1924-2003), Roger Pingeon (1940-2017), Freddy Maertens (1952-) en Peter Winnen (1957-). Zowel de juridische als de publieke veroordelingen waren in die periode echter mild, meestal werden de positief geteste renners enkel voor de betrokken wedstrijd gediskwalificeerd. De publieke opinie ervoer het dopingprobleem als een nevenverschijnsel. In dat opzicht moesten de betrapte renners nauwelijks sancties verwachten.


rdsm