Doping in de sport - 1977

1977

Het jaar 1977 leverde officieel veertig positieve dopingcontroles op. Acht jeugdige gewichtheffers werden voor het gebruik van anabolica geschorst en evenveel atleten na de Europese jeugdkampioenschappen atletiek in het Russische Donezk.

Doping in de DDR

Samen met de Bulgaarse TV-reporter Pentscho Spassov, waarmee ze later trouwde, vluchtte Renate Neufeld (1960-), een van de grootste Oost-Duitse sprinttalenten, in 1977 naar het Westen. Het jaar nadien onthulde ze dat haar trainers haar in de voorbereiding op de Olympische Spelen verplicht doping hadden laten slikken.

“Op 17-jarige leeftijd werd ik opgenomen in het sportinstituut van Oost-Berlijn. Mijn specialiteit was 80m horden. We moesten zweren dat we met niemand ooit over onze trainingsmethodes zouden spreken, zelfs niet met onze ouders. De trainingen waren bijzonder zwaar en constant werden we in het oog gehouden. Voor we naar de slaapzaal gingen moesten we een registerc tekenen, steeds opnieuw moesten we melden waar we heen gingen en om hoe laat we zouden terugkeren. Op een dag kreeg ik van mijn trainer Günter Clam het advies om pillen te slikken, die mijn prestaties zouden verbeteren. Hij vertelde me dat het vitamines waren, maar al snel kreeg ik kramp in de benen, een zware stem en bij momenten kon ik zelfs niet meer spreken. Daarna kreeg ik een snor en stopten mijn maandstonden. Op dat ogenblik besliste ik om de pillen niet meer te slikken. Op zekere ochtend nam de geheime politie me mee om mij over mijn weigering te ondervragen. Toen besloot ik om met mijn verloofde naar het Westen te vluchten.”

Op haar vlucht naar het Westen smokkelde ze de grijze tabletten en groene poeders mee die haar trainer haar bezorgd had. De West-Duitse dopingspecialist Manfred Donike (1933-1995) analyseerde het goedje en identificeerde anabole steroïden. Om haar achtergebleven familie te beschermen hield Neufeld een jaar haar mond, maar toen haar vader zijn baan verloor en haar zus uit de handbalclub werd gesmeten, besloot ze met het hele verhaal naar buiten te komen.

Ondanks meer dan tienduizend sporters van het Oost-Duitse regime twintig jaar lang systematisch doping kregen, vloog er slechts af en toe eentje tegen de lamp. Op de EuropaCup van 1977 in Helsinki bijvoorbeeld moest kogelstootster Ilona Slupianek (1956-) het goud inleveren na een positieve test op Nandrolone. Bovendien werd ze een jaar geschorst. Later kwam uit dat ze tussen 1981 en 1984 opnieuw hoge dosissen Oral-Turinabol had geslikt. In 1980 won ze het kogelstoten op de Olympische Spelen van Moskou en brak ze twee keer het wereldrecord met de laatste keer een worp van 22m45.

Na die positieve dopingtest in Helsinki eiste een furieuze Manfred Hoppner (1934-), chef sportarts van de DDR, dat iedere voor een buitenlandse wedstrijd geselecteerde atleet vanaf dan op voorhand een geheime drugstest moest ondergaan. Uit heel Oost-Duitsland werden jaarlijks meer dan twaalfduizend urinemonsters naar het laboratorium in Kreischa gebracht. Elke atleet die positief testte moest thuis blijven.

De vijftien atleten die tussen 1976 en 1979 het land waren ontvlucht, bevestigden het Oost-Duitse dopinggebruik. Een van hen was skispringer Hans Georg Aschenbach (1951-), die ook arts was:

"Omwille van hun intensieve trainingen kregen lange-afstand skiërs vanaf hun veertiende injecties in de knieën,... Voor elke Olympisch kampioen waren er minstens 350 invaliden.... Bij de turnsters waren er meisjes die vanaf achttien jaar een korset moesten dragen, omdat hun rug en ligamenten zwaar versleten waren... Ook waren sommige jongeren zo uitgeput door de intensieve training dat zij er ook mentaal volledig onder doorgingen, wat nog pijnlijker is dan een misvormde ruggengraat "

Tijdens een dopingcontrole eind oktober 1977 testte de Oost-Duitse zwemster Andrea Pollack (1961-) positief. Na de val van de Muur gaf ze toe dat haar successen via prestatie bevorderende middelen werden behaald, onder meer met steroïden.

Birgit Boese (1962-) was amper tien toen men begon aan haar 'voorbereiding' om een succesvolle kogelstootster te worden. Dagelijks oefende ze tien uur en dat zes dagen per week. Op haar elfde verjaardag moest ze om de twee dagen van haar trainer blauwe pillen slikken.

"Mijn stem werd dieper, als ik thuis de telefoon beantwoordde dacht mijn familie dat ik mijn broer was. Ik kreeg plots een zware lichaamsbeharing, groeide enorm en kweekte spiermassa's."

Toen men haar verplichtte om over de gebeurtenissen te zwijgen, dacht ze dat dit wegens het eten was. Heel regelmatig stonden er immers bananen op het menu, die elders in het land een zeldzame traktatie waren. Maar dagelijks moest ze ook kleine blauwe 'vitaminepillen' slikken en die bleken later massale dosissen anabole steroïden te bevatten. Als de kinderen het waagden om te vragen waarom ze zo snel aan gewicht wonnen, kregen ze straftraining om hen de mond te snoeren. Toen ze vijftien werd noopten kwetsuren Boese om te stoppen met kogelstoten. Het dagelijks gebruik van Oral-Turinabol had haar gezondheid naar de haaien geholpen en door de chronische pijn werd ze volledig afhankelijk van morfine. Bovendien moest ze insuline spuiten omdat ze diabeticus was geworden. In haar Berlijns appartement strompelde ze rond met een stok. Haar lever en nieren functioneerden niet meer naar behoren, bovendien kreeg ze astma. Op 24-jarige leeftijd had ze de geslachtsorganen van een 11-jarig meisje.

"Sommige atleten hebben het gevoel dat ze zichzelf de schuld moeten geven omdat ze niets in de gaten hadden. Je voelde je vies als je erachter kwam en hoe meer internationaal succes je had, hoe meer je je een crimineel voelde."

Atletiek

Tijdens het EK atletiek in Helsinki werden zestien atleten betrapt op het gebruik van verboden middelen, slechts vijf werden bestraft.

In de Sovjet-Unie publiceerde het tijdschrift 'Atletiek' een verslag van de Russische werptrainers Otto Grigalka (1925-1993) (foto), een voormalig discuswerper en kogelstoter, en Kirn Buchanzew over het DDR onderzoek naar 'Het gebruik van eiwit- en hormoonpreparaten om de spiermassa van de atleten te verhogen'.

De West Duitse kampioen 100m Manfred Ommer (1950-) bekende dat hij anabolica had gebruikt, net als 90% van de Duitse nationale atletiekploeg. Maandelijks joeg hij er een verpakking van honderd tabletten door, wat hem 87 Deutsche Mark kostte. Maar vanaf 1975 slaagde hij er niet meer in om nog successen te behalen, door de spiertoename was zijn snelheid afgebot.

Discuswerper Knut Hjeltnes (1952-) mocht de twijfelachtige eer opeisen om als eerste Noorse atleet op doping te zijn betrapt. Hij plaste positief op anabole steroïden. Later werd hij hoofdcoach van de United States Military Academy in West Point, New York.

De West-Duitse Annegret Kroninger (1952-) bekende in 1977 dat ze het jaar voordien in Montréal dank zij anabolica Olympische zilver won op de 4 x 100m. Bondstrainer Wolfgang Thiele (1935-2011) bezorgde haar het spul en ze verdacht ook haar ploegmaats van gebruik, maar die ontkenden alle drie met klem.

In 1977 openbaarde de West Duitse discuswerpster Liesel Westermann (1944-) haar sportieve ervaringen in het boek 'Es kann nicht immer Lorbeer sein', vrij vertaald 'Het kunnen niet altijd lauwerkransen zijn.' Daarin nagelde ze de heersende dopingcultuur met klare woorden aan de schandpaal:

"Er zal wel nooit een einde komen aan het meningsverschil tussen diegenen die beweerden dat de DDR-meisjes enkel zo sterk waren omdat ze zware stemmen (anabolica) hadden en diegenen die ons willen doen geloven dat de enorme prestatiesterkte van de DDR-vrouwen enkel het resultaat zou zijn van een van kindsbeen af doelbewust en methodisch wetenschappelijk bewezen systeem van prestatieopbouw. Wie heeft er gelijk? Ik kan het niet beslissen. Een zaak zal de zorgvuldige waarnemer alleszins tot nadenken stemmen: de mannen van de DDR en van andere oostbloklanden zijn van geen kanten superieurder dan hun concurrenten zoals de socialistische vrouwen dat wel zijn. Zij groeiden toch ook op onder hetzelfde systeem als de vrouwen... Overal zijn de meningen unaniem: de joker in de internationale wedstrijdsport heet niet meer talent, heet niet meer hard werken, heet niet meer uithoudingsvermogen, maar heet nu anabolica. Of het nu in de vorm van pillen of injecties is, de chemie domineert de scène."

Westermann citeerde ook de woorden van bondstrainer Karl-Heinz Leverköhne:

"Wie het spul niet neemt komt bij mij zelfs niet in de B-ploeg. Verbaas je niet dat je de Olympische norm niet haalt als je geen pillen slikt".

Leverköhne was ondermeer trainer van Karl-Heinz Riehm (1951-), meervoudig Duits kampioen en zilveren medaille hamerslingeren op de Spelen van 1984, die in 1977 bekende dat hij anabolica had genomen.

Gewichtheffen

Positieve test op steroïden van de Griekse gewichtheffer Christos Iakovou (1948-), die later beroepstrainer werd in de Verenigde Staten.

IJshockey

De Canadees Don Murdoch (1956-) speelde professioneel ijshockey bij de New York Rangers toen hij in 1977 op de luchthaven van Toronto door de douane betrapt werd met 4,5 gram cocaïne in zijn sokken. Nadat de NHL hem schorste bekende hij zijn drug- en drankprobleem. Nadien lekte ook zijn affaire met Margaret Trudeau (1948-) uit, de echtgenote van de Canadese premier Pierre Trudeau (1919-2000).

Rugby

De Australische rugbyspeler Graham Olling (1948-) bekende zijn gebruik van anabole steroïden, al waren ze in die tijd niet verboden in de rugbycompetitie en werden ze zelfs onder medisch toezicht toegediend.

Voetbal

Tijdens het laatste weekend van maart 1977 werden de eerste dopingcontroles gehouden in de hoogste Franse voetballiga, wat enorm protest uitlokte. Nationaal trainer en voormalig voetballer Michel Hidalgo (1933-) fulmineerde zelfs dat voetballers zich niet dopeerden.

Wielrennen

In april 1977 verscheen een reportage in het Duitse tijdschrift 'Der Spiegel' waarin experten raamden dat tot dan toe zo'n duizend wielrenners gestorven waren door overdosissen stimulerende middelen. Het onderzoek naar de bijwerkingen van anabolica groeide ook, zo stelde de Amerikaanse Professor Madison een toename vast van levertumoren als gevolg van anabolicagebruik.

In mei 1977 publiceerde het Duitse dagblad 'Frankfurter Allgemeine Zeitung' dat het hoogste gerechtshof van de Belgische wielrennersbond de straffen bevestigde van haar renners Eddy Merckx (1945-), Freddy Maertens (1952-), Michel Pollentier (1951-), Willy Teirlinck (1948-), Karel Rottiers (1953-) en Walter Planckaert (1948-) wegens dopingmisbruik.

De Belgische Professor Michel Debackere (1930-2013) perfectioneerde een test voor het opsporen van Pemoline, een amfetamine-achtige drug, en ving daarmee drie van de grootste namen in België: Eddy Merckx (1945-), Freddy Maertens (1952-) en Michel Pollentier (1951-).

Nadat hij op doping was gepakt, werd de Duitse baanrenner Bruno Zollfrank (1955-) drie maanden geschorst.

Dank zij cortisone won de Fransman Bernard Thévenet (1948-) de Tour de France in 1977, iets wat hij later overigens toegaf.

In dezelfde Tour de France testte de Nederlander Joop Zoetemelk (1946-) positief op Pemoline, hoewel het product in die tijd niet op de lijst van de verboden middelen stond.

De Spaanse renner Luis Ocaña (1945-1994) werd een maand voorwaardelijk geschorst, moest duizend Franse Frank boete betalen en kreeg een tijdstraf van tien minuten nadat men bij een controle in de Tour de France Pemoline had gevonden.

"Ik slikte wat iedereen slikte. Al het andere is schijnheiligheid," verklaarde hij in dat verband in 1984 in een interview aan het Franse dagblad L'Equipe. "Sinds medische controles werden uitgevoerd verbeterde de situatie niet. Het was tienmaal, neen duizend keer veiliger om amfetamines te slikken, die waren alleszins minder gevaarlijk. De gevolgen van het misbruik van corticosteroïden zijn ernstig, zeer ernstig."

Hij pleegde zelfmoord nadat hij hepatitis C opliep door een bloedtransfusie na een auto ongeval.


rdsm