Doping in de sport - 1982

1982

In zijn controversiële boek 'Anabolic Steroids: What Kind and How Many' verklaarde de Amerikaanse sportwetenschapper Fred Hatfield (1942-2017), die in 1981 en 1986 wereldkampioen powerliften was, dat op het gebied van kracht en omvang het groeihormoon hGH 'the state of the art' was geworden  in de vrije wereld.

American Football

In 1982 begon de Amerikaanse National Football League (NFL) eindelijk haar spelers te testen, maar het onderzoek naar anabole steroïden startte pas in 1987.

Baseball

De professionele Amerikaanse baseballspeler Timothy Raines (1959-), bijgenaamd 'Rock', speelde tussen 1979 en 2002 als 'left fielder' voor zes verschillende teams. Hij werd als een van de beste leadoff hitters en baserunners beschouwd uit de honkbalgeschiedenis. Op 29 juni 1982 daagde Raines niet op voor de wedstrijd tegen de New York Mets, hij meldde het bestuur dat hij hoofdpijn had en duizelingen. Het bestuur stuurde clubarts Robert Broderick (1923-2015) naar het huis van Raines en die vond er de speler in zorgwekkende toestand en belde meteen om medische hulp. Onderzoek wees uit dat Raines zwaar verslaafd was aan cocaïne en dat die verslaving hem de eerste negen maanden van dat jaar al veertigduizend Dollar had gekost. De arts liet hem meteen opnemen in de psychiatrie.

Body Building

De Duitse wereldkampioen bij de amateurs Heinz Sallmayer (1960-1982) stierf tijdens zijn eerste optreden bij de profs aan de gevolgen van een hartfalen, wat vermoedelijk door zijn anabolicagebruik veroorzaakt werd.

Snooker

De Noord-Ier Alex Higgins (1949-2010) kroonde zich tweemaal tot wereldkampioen in het snooker. 'Hurricane Higgins' was niet alleen gekend om zijn snelle speelstijl en moeilijk karakter, maar dagelijks rookte hij ook een zestigtal sigaretten. Hij had een zwaar drank- en gokprobleem en bekende dat hij ook cocaine en marihuana gebruikte. Een twintigjarig spoor van zelfvernietiging liep als een rode draad door zijn leven. Als gevolg van zijn gewelddadige, dronken uitbarstingen vernielde hij een hotelkamer in Australië en werd hij in India zelfs het land uitgezet. Regelmatig had hij ook conflicten met de bestuursorganen van het snooker. Toen men hem opriep voor een drugtest werd hij ontzettend kwaad, hij verkocht de wedstrijdmanager een kopstoot en sloeg drie gaten in de deur van de spelerskamer. Het leverde hem zes wedstrijden schorsing op en een boete van twaalfduizend Britse Pond. De snookerbond bestrafte hem jarenlang met duizenden Britse Pond voor zijn constant grove taal en onbehoorlijk gedrag. Zijn gokverslaving op paardenwedstrijden zorgde ervoor dat hij er zo maar eventjes dertienduizend Pond doorjoeg op een dag. Twee huwelijken liepen op de klippen. In 1990 was het opnieuw hommeles. Na zijn verlies in de eerste ronde van het WK kondigde hij zijn pensioen aan en fulmineerde hij dat snooker het meest corrupte spel ter wereld was, waarop hij de persverantwoordelijke van het tornooi in de maag stompte en ermee dreigde om ploegkapitein Dennis Taylor (1949-) neer te schieten. Het leverde hem een jaar spelverbod op. Zijn beste vrienden en drinkebroers waren acteur Oliver Reed (1938-1999) en voetballer George Best (1946-2005). In 1997 werd slokdarmkanker gediagnosticeerd, een jaartje later keelkanker, waarop heel wat operaties volgden. Ondanks longontstekingen en ademhalingsproblemen bleef hij verder spelen. In 2009 huisde Higgins eenzaam en verpauperd in een caravan. In april 2010 verzamelden zijn overgebleven vrienden twintigduizend Pond voor nieuwe tandimplantaten, waardoor hij opnieuw normaal zou kunnen eten en aan gewicht winnen. Door de intensieve radiotherapie had hij zijn tanden immers verloren en leefde hij op vloeibaar voedsel. Hij was zwaar depressief en overwoog zelfmoord. Omdat hij te ziek was konden de implantaten niet geplaatst worden, want hij bleef zwaar roken en drinken. Hij vermagerde zienderogen en woog nog 38 kilo, hij overleefde op een wekelijkse invaliditeitsuitkering van tweehonderd Pond. In juli 2010 vond men hem dood in zijn caravan, een combinatie van ondervoeding, longontsteking en keelkanker. Men schat dat hij tijdens zijn succesjaren drie à vier miljoen pond aan prijzengeld over de balk had gesmeten.

Wielrennen

Op 20 januari 1982 overleed de Belgische renner Marc Demeyer (1950-1982) aan een hartaanval.

Twee dagen na de Tour de France weigerden Bernard Hinault (1954-), Bernard Vallet (1954-) en Jean-René Bernaudeau (1956-), de eerste drie van het Criterium van Callac, een dopingcontrole

evenals de twee door het lot aangeduide renners Patrick Clerc (1957-) en Pierre le Bigaut (1959-). Ze werden hiervoor een maand geschorst en kregen een boete van 1.100 Zwitserse Frank. Hierop dreigden heel wat renners met een boycot van het WK. Tenslotte werd een compromis uitgedokterd, waarbij de betrokkenen niets meer verweten werd en ze vrij mochten beschikken.

Tijdens het Nederlandse TV-programma 'Reporter' bekenden Maarten Ducrot (1958-) (foto), Steven Rooks (1960-) en Peter Winnen (1957-) dat ze sedert 1982 met cortisone, testosteron en Synacthen geëxperimenteerd hadden.

Nadat hij in de zeventiende rit van de Vuelta positief had getest op Methylfenidaat, kreeg de Spanjaard Angel Arroyo (1956-) tien minuten straftijd, werd hem de ritzege ontnomen en zakte hij naar de dertiende plaats in het klassement. 

Alberto Fernández (1955-1984), Vicente Belda (1954-) en Pedro Muñoz Machín Rodríguez (1958-) testten eveneens positief op dat product. De vier ontkenden de beschuldigingen en vroegen een tweede analyse aan, die de eerste echter bevestigde.

Ook de Belgische renner Michel Pollentier (1951-) testte positief op Methylfenidaat na die zeventiende etappe van de Vuelta a España.

In zijn boek 'Massacre à la Chaîne' beschreef  Willy Voet (1945-) de Grand Prix des Nations van Bert Oosterbosch (1957-1989) uit 2002:

"Door de Synacten die hij kreeg ingespoten startte Oosterbosch traag. In eerste instantie blokkeerde het product zijn vermogen om hard te zwoegen. Maar zestig minuten na de injectie begon het zoals gepland te werken en verhoogde Oosterbosch zijn tempo.”

Tijdens zijn carrière kreeg Oosterbosch last van zijn gezondheid. Twee keer werd hij door een hersenvliesontsteking getroffen, met een knieblessure bovenop. Noodgedwongen moest hij zijn sportieve carrière stoppen, maar enkele jaren later kwam hij terug als amateur. In augustus 1989 won hij zijn eerste wedstrijd, maar vijf dagen later overleed hij aan een hartstilstand.


rdsm