Doping in de sport - 1992

1992

Ook in rugby, het professioneel worstelen, Paralympics kwam doping een aardig woordje meespreken en zelfs in de duivensport.

American Football

Tony Mandarich (1966-) speelde als offensive lineman in de Amerikaanse National Football League. Hij werd op het gebruik van steroïden betrapt maar ontkende dat keihard. Nadat de Green Bay Packers hem ontsloegen stuurde zijn familie hem naar een ontwenningskliniek om van zijn drug- en alcoholverslaving af te kicken. Pas in 2008 ging hij over tot bekentenissen

Atletiek

Neal Brunning (1970-) mocht de twijfelachtige eer opeisen om als eerste Britse kogelstoter op het gebruik van steroïden te worden betrapt. Hij werd vier jaar aan de kant geschoven. Hij begon ermee in 1991 en nam de tabletten zonder de minste begeleiding om de andere week. Zijn prestaties verbeterden zienderogen, zijn persoonlijk record steeg op korte tijd van 17m90 naar 18m39.

Het EK van Split was de grote doorbraak van Katrin Krabbe (1969-), ze won de 100, 200 en 4 x 100m. Enkele maanden later op het WK in Tokio was de Duitse opnieuw de snelste over 100 en 200m en klopte ze zowaar de Amerikaanse kampioene Gwen Torrence (1965-) en Jamaïcaanse kampioene Merlene Ottey (1960-).

In 1992 werd ze wegens dopinggebruik geschorst, trainer Thomas Springstein (1958-) had haar en loopmaatje Grit Breuer (1972-) clenbuterol gegeven, een middel tegen astma dat toen officieel nog niet verboden was. Beide atletes leverden nochtans een ‘clean’ urinemonster af, spijtig genoeg voor hen van een en dezelfde vrouw die ook nog eens zwanger bleek te zijn. De Duitse Bond schorste hen één jaar, de IAAF deed daar nog een jaartje bovenop. In tegenstelling tot Breuer ging Krabbe in beroep, maar daar werd ze opnieuw veroordeeld en verloor ze ook nog eens 1,2 miljoen Duitse Mark aan sponsorgeld en wedstrijdpremies. Ze waagde een comeback, maar toen die mislukte betekende dat het einde van haar sportcarrière.

Grit Breuer (1972-), tijdens het WK van 1991 goed voor zilver op de 400m, werd in 2004 opnieuw beschuldigd. Dit keer voor het missen van een dopingcontrole. Thomas Springstein (1958-) was niet alleen haar trainer maar ook haar levenspartner.

Springstein had ook aan 400m loopster Manuela Derr (1971-) clenbuterol gegeven, zij werd door de Duitse Bond acht maanden geschorst, de IAAF verhoogde die straf naar drie jaar.

Net als Krabbe en Breuer leverde ook sprintster Silke Möller (1964-) urine af van dezelfde zwangere vrouw. Nochtans sprak het IAAF haar vrij, maar vlak voor de Spelen van Barcelona in 1992 kondigde ze het einde aan van haar sportcarrière en ging ze in Rostock geschiedenis studeren.

Op de Spelen van 1988 in Seoel vertegenwoordigde de Oekraïnse Natalia Grigoryeva (1962-) Rusland op de 100m horden en in 1991 haalde ze brons op het WK in Tokio. Het jaar nadien werd ze betrapt op het gebruik van steroïden.

Ook de Russische Natalya Artyomova (1963-), een specialiste van de 1.500 en de 3.000m, liep tegen de dopinglamp toen men in 1992 sporen van anabole steroïden in haar urine vond.

De Amerikaanse kogelstoter Brent Noon (1971-) kwam in 1992 niet opdagen voor een dopingcontrole en werd daarvoor door de Amerikaanse bond vijf weken geschorst. Die schorsing werd herroepen omdat hij beweerde dat men de aanmaning naar zijn oud adres in California hadden gestuurd, terwijl hij naar Georgia verhuisd was. Tijdens de Olympische trials kon hij zich niet voor de Spelen van Barcelona plaatsen, als reden gaf hij mentale angst op en twee jaar later won hij het proces dat hij tegen de Amerikaanse Atletiekbond had aangespannen. Hij kreeg een een miljoen Dollar schadevergoeding. In 1996 liep hij echter tegen de lamp, de test toonde het gebruik van methandieone en daarvoor werd hij vier jaar geschorst.

De Noorse kogelstoter Jan Sagedal (1960-) leverde in 1992 een positieve test af op het verboden product metandienone waarop hij vier jaar geschorst werd voor alle sporten omdat het na 1987 al de tweede keer was.

Landgenoot en collega kogelstoter Lars Arvid Nilsen (1965-) kreeg een levenslange schorsing voor alle sporten omdat hij voor de tweede maal positief testte op anabolica. In 2004 werd zijn straf gemilderd, hij mocht vanaf toen in alle sporten aantreden behalve kogelstoten, maar niet op nationale of internationale competities.

Bodybuilding

Na de winst in de Nederlandse Grand Prix, zijn achtste pro overwinning op drie jaar tijd, zakte Mohamed Benaziza (1959-1992) backstage in mekaar. Zeven uur later stierf de Algerijnse bodybuilder aan de gevolgen van een hartaanval. De diuretica die hij voor de wedstrijd slikte hadden het voor zijn hart broodnodige magnesium en kalium uit het lichaam verdreven. Zijn dood was het meest tragische aan diuretica gerelateerde ongeval, om dezelfde redenen en door een extreem hoge dehydratie belandden ook andere bodybuilders van het podium in het ziekenhuis.

IJshockey

De Canadese ijshocky-speler John Kordic (1965-1992) stierf na een overdosis anabolica van hart- en longfalen tijdens een gevecht met de politie. De pakkemannen waren door de hotelmanager opgeroepen omdat Kordic zijn kamer aan het vernielen was. In zijn hotelkamer werden 40 spuiten en acht flesjes steroïden gevonden, maar later kwam ook uit dat hij verslaafd was aan cocaïne en grote hoeveelheden alcocol consumeerde. Zijn verslavingen waren bekend, het bestuur van de Maple Leafs moedigde hem in 1990 aan om een ontwenningskuur te volgen, het bestuur van de Capitals had hem voordien twee keer geschorst en doorverwezen naar een ontwenningkliniek. Zijn levensloop werd in het boek 'The John Kordic Story – The Fight of his Life' van Mark Zwolinski beschreven.

Snelschaatsen

Tijdens een persconferentie bekende de Chinese snelschaatster Qiaobo Ye (1964-) dat ze vier jaar voordien op de Olympische Winterspelen van Calgary samen met een ploegmaatje betrapt werd op doping en dat ze beiden daarom 'wegens blessures' uit competitie waren gestapt. Maar ze meldde er meteen bij dat de doping haar was toegediend door een sportarts.

Voetbal

In Uruguay werd een voetbaltrainer levenslang geschorst omdat hij zijn 12-jarige spelertjes soda liet drinken die vol pijnstillers zat.

Thomas Möller (1957-) van de Duitse Bundesligaclub Eintracht Braunschweig testte positief op het gebruik van katovit en etilefrine, maar eigenaardig genoeg werd hij niet geschorst omdat zijn team de wedstrijd verloren had.

Wielrennen

Begin van de jaren 1990 stierven zo’n twintig professionele renners een mysterieuze dood. Alle autopsieën vertoonden een verhoogde bloedviscositeit en verkalking van de aders, duidelijke nevenwerkingen van EPO-gebruik.

Na twee dagen wedstrijd verliet de voltallige PDM ploeg de Tour de France van 1992. Alle renners kampten met dezelfde symptomen: koorts, vermoeidheid, spijsverteringsproblemen, versnelde hartslag, gewrichts- en spierpijnen. Bloedonderzoek toonde een verhoogd aantal witte bloedcellen aan, wat kon wijzen op een virale infectie. In de daaropvolgende dagen kwamen de ploegleiders met alle mogelijke verklaringen, een defecte airconditioning in het hotel, nadien een voedselvergiftiging in een ander hotel. Daarna was het geen virale, maar een bacteriële infectie en nog iets later zouden de drinkbussen met salmonella zijn besmet. Maar ook die ballon ging niet op, omdat geen enkele renner diarree had. Dan maar de schuld geschoven op slecht gesteriliseerde injectiespuiten met lipiden.

Op het einde van de maand bekende ploegleider Erik Breukink (1964-) uiteindelijk dat men de renners gedwongen had om te liegen. De meest waarschijnlijke verklaring was een overmatig EPO-gebruik wat tot een griepachtig syndroom kan leiden.

De Deense renner Jesper Worre (1959-) testte positief op amineptine. Hij bekende de overtreding en kreeg daarom een voorwaardelijke straf. Nadien werd hij vooral bekend om zijn sterke en compromisloze strijd tegen het dopinggebruik in het wielerpeloton.


rdsm