Doping in de sport - 1998

1998

In het tijdschrift 'Sports' opperde de Amerikaan John Ruger (1949-), voormalig triatleet en voorzitter van de USOC Sporters Advisory Council:

“Amerikanen denken maar al te gemakkelijk dat de Verenigde Staten de voortrekkers zijn op het gebied van dopingvrije sportbeoefening, maar de realiteit is dat ze op dat vlak als ‘smerigste natie wereldwijd'  beschouwd mogen worden."

Patrick Laure, geneesheer-directeur van het studiecentrum voor doping en drugs aan de Université de Nancy, deed een onderzoek bij tweeduizend bij een club aangesloten amateur-sporters, zowel meisjes als jongens ouder dan 15 jaar, die minstens twee uur per week trainden. Willekeurig uitgekozen vertegenwoordigden zij 51 disciplines. Het resultaat doet een mens verstijven, want zonder onderscheid van geslacht gaf bijna 10% van de ondervraagden het gebruik van prestatiebevorderende middelen toe. Met twee duidelijke pieken, de jeugd van 25 jaar oud en de leeftijdsgroep tussen 35 en 39 jaar. Indien men die cijfers naar het nationaal gemiddelde extrapoleerde, schatte Laure dat zo’n miljoen Franse sporters aan de verboden producten zat en dat voor een overwinning, een prestatie en geld. Met 45% op kop de stimulerende middelen amfetamines, cafeïne en efedrine omwille van hun vermoeidheid verdrijvende eigenschappen. Gevolgd door cannabis, pijnstillers (28%), corticosteroïden (12%) en anabolica (3%), waarin vooral naar testosteron en nandrolon gegrepen werd. De commentaar van dokter Laure:

“Het zijn altijd medicamenten die niet voor hun specifiek doel gebruikt worden en die vaak vergoed worden door de sociale zekerheid.”

Andere verrassing was dat 61% van de gedopeerden toegaf dat ze zich gewoon bij hun apotheker gingen bevoorraden, 20% kocht de producten op de zwarte markt en 15% kreeg de spullen uit hun directe omgeving. De medische wereld zou dus medeplichtig zijn, maar die hypothese weerlegde Laure:

“In werkelijkheid wisten de voorschrijvende artsen niet dat hun patiënten de producten als doping wilden gebruiken. Het is niet moeilijk om eender welke klacht te veinzen om een voorschrift te krijgen. Volgens mijn bronnen zijn de artsen die sporters nillens willens verboden producten bezorgen zeer laag in aantal. Hoogstens twee per departement."

Van de tweehonderd positieve tests in Frankrijk kwamen er 175 uit niet-professionele sporten. Men ontdekte zelfs sporen van anabole steroïden bij kinderen van 8 jaar. Een leerling van het vijfde leerjaar uit de Vogezen bekende dat zijn arts hem regelmatig steroïden inspoot.

Doping in de DDR

In april 1998 getuigde de Oost-Duitse zwemster Christiane Knacke-Sommer (1962-) in een interview dat haar voormalige trainers haar dwongen om samen met nog andere zwemsters steroïden te nemen, wat tot overmatige lichaamsbeharing leidde, onnatuurlijk ontwikkelde spieren en een zware stem. Op de Spelen van 1980 in Moskou had ze brons gewonnen op de 100m vlinderslag. In die periode werd ze door vier coaches en twee artsen begeleid.

Samen met nog andere Oost Duitse zwemsters beschuldigde Daniela Hunger (1972-), twee gouden medailles op de Olympische Spelen van 1988 in Seoel en drie keer goud op de Spelen van 1992 in Barcelona, haar voormalige trainers en artsen van SC Dynamo Berlin van het systematisch toedienen van doping.

Carola Nitschke (1962-) ging nog een stap verder, ze leverde al haar medailles in, waaronder het goud van de 4 x 100m wisselslag op de Olympische Spelen van 1976 in Montreal. Ze vroeg ook om van de erelijsten geschrapt te worden, omdat ze al die medailles, weliswaar onwetend, met behulp van steroïden gewonnen had.

Ook Andrea Pollack (1961-) sloot zich aan bij de beschuldigingen van haar oude ploegmaatjes. Op de Spelen van 1976 in Montreal had ze twee gouden en twee zilveren medailles gewonnen. Vier jaar later in Moskou won ze de 4 x 100m wisselslag met de estafetteploeg en haalde ze zilver op de 100m vlinderslag. In 1978 brak ze twee keer het wereldrecord van de 200m vlinderslag. Ook zij was lid van SC Dynamo Berlin.

In augustus werden de trainers Klaus Klemenz (1943-) (2de van links), Peter Matonnet (1950-) (midden) en Bernd Christochowitz (1958-) (2de van rechts) samen met de sportartsen Dorit Rösler (1948-) (links) en Ulrich Sünder (1940-) (rechts) van zwemclub TSC Berlin officieel in staat van beschuldiging gesteld. Wegens het toebrengen van lichamelijke letsels kregen de vijf boetes variërend van 7.000 tot 27.000 Deutsche Mark (= 3.500 tot 13.500 Euro).

Twee voormalige artsen van SC Dynamo Berlin, Dieter Binus (1939-) (foto1), van 1976 tot 1980 hoofd van het nationale zwemteam van de vrouwen, en Bernd Pansold (1942-) (foto2), belast met het sportmedisch centrum van Oost-Berlijn, werden door de Rechtbank veroordeeld omdat ze tussen 1975 en 1984 op onwettelijke manier mannelijke geslachtshormonen hadden toegediend aan negentien minderjarige meisjes.

In al die jaren testte vrijwel geen enkele Oost-Duitse atlete positief bij officiële dopingcontroles, maar Stasi documenten toonden aan dat er in het Zentrales Dopingkontroll-Labor des Sportmedizinischen Dienstes van Kreischa heel wat positieve testen genoteerd werden. In dat geval mocht de atlete niet mee op verplaatsing. Pansold, die onder de codenaam Jurgen Wendt officieus voor de Stasi werkte maar later door die organisatie zwaar werd verdacht, had van dit alles een uitgebreid, 647 pagina’s tellend dossier aangelegd, dat hij doorspeelde aan de krant 'Berliner Zeitung'.

Het dossier bevatte informatie over meer dan honderd personen, onder meer van vier andere beschuldigden, collega Dieter Binus (1939-) en de zwemtrainers Rolf Gläser (1940-2004), Dieter Lindemann (1951-2003) en Dieter Krausse (1939-2014), maar ook van de zwemsters Sylvia Gerasch (1969-), Christiane Knacke-Sommer (1962-) en Katrin Meissner (1973-). Zo noteerde hij dat de zwemsters Petra Thümer (1961-), Hannelore Anke (1957-) en Petra Priemer (1961-) evenals de atlete Bärbel Wöckel (1955-) inspuitingen met testosteron kregen toegediend waarover Pansold het volgende schreef:

“Een deel van de sportartsen meent dat die genomen maatregelen  tegenover de sporters in zekere zin criminele handelingen zijn. Men kan zich afvragen in hoeverre de sportieve leiders van de DDR in zuivere sport geïnteresseerd zijn.”

Op een andere plaats noteerde Pansold:

"De tot nog toe gekende beschadigingen (bijv. kanker) kunnen momenteel niet bewezen worden. De mogelijkheid van een langdurige of laattijdige werking blijft bestaan (prostaatcarcinoom, levercarcinoom, enz.). Voor de socialistische samenleving zijn ethische problemen uiteraard sterker dan bij het kapitalisme, vooral in de prestatiesport bij vrouwen. Daarom wordt winnen tegen gelijk welke prijs het toekomstige einddoel bij de vrouwen (zwemmen, kinderen!). De aanzet daartoe is reeds te merken."

In 1975 al berichtte Pansold over het wijdverbreid gebruik van anabole steroïden bij deelnemertjes van de kinder- en jeugdspartakiade. Nadien bemoeide het Ministerie van Binnenlandse Zaken er zich mee, door de hormonendoseringen bij vrouwelijke sporters te verminderen en de ouderdomsgrens voor de toediening van anabolica te verhogen. In 1978 berichtte Pansold over heel wat dopingtesten.

“De trainingsgroep van Esser is betrokken bij het testen van de nieuw ontwikkelde anabole steroïde van Jenapharma, die gekend is onder de naam STS83. Ook worden de wereldrecordhoudsters Andrea Polack en Barbara Krause aan 'uitzonderingsmaatregelen' onderworpen met een blijkbaar niet op te sporen dopingproduct. Aan andere zwemsters wordt het gebruik van ‘hormoonpreparaten voor de hersenen’ getest, dat zou vluchtreflexen triggeren en daardoor de snelheid van de zwemsters beïnvloeden.”

Een week na de getuigenissen van vijf van zijn vroegere pupillen vroeg Rolf Gläser (1940-2004) een onderhoud aan met Openbaar Aanklager Hillebrand. Op 26 augustus bekende hij aan de Rechter met gebogen hoofd dat hij tussen 1979 en 1984 doping had toegediend aan vrouwelijke atleten. Als excuus haalde hij een gebrek aan medische kennis aan, wat hem verhinderde om er de gevolgen ervan te overzien en dat het nooit zijn bedoeling was geweest om iemand kwaad te berokkenen. Hij verontschuldigde zich bij zijn vroegere zwemsters en zei dat zijn uitleg eerlijk was. Op 31 augustus verklaarde de Rechtbank Rolf Glaeser en Dieter Binus schuldig aan negen aanklachten van zware mishandeling en veroordeelde ze hen tot een boete van respectievelijk 7.200 DM (3.600 Euro) en 9.000 DM ( 4.500 Euro). Het openbaar ministerie had het dubbele van dat bedrag gevraagd. Gläser aanvaardde het vonnis, Binus ging in beroep. Na die uitspraak werd Gläser door zijn nieuwe werkgever, de Oostenrijkse Zwemfederatie, de laan uitgestuurd.

“De beslissing was moeilijk, maar na zijn bekentenis bestond er geen alternatief,” luidde het, "we kunnen niet langer met hem samenwerken.

 

Tijdens het proces raakte bekend dat uit DDR-archieven bleek dat ook Kerstin Kielgaß (1969-), Europees kampioene 800m vrije slag en op het WK van Perth goud met de estafetteploeg 4 x 200m vrije slag, door haar trainer en oud-zwemmer Volker Frischke (1944-) met anabole steroïden was voorbereid.

Frischke kreeg een boete van 5.000 DM (=2.500 Euro), Lindemann moest 4.000 Mark ophoesten en Krause 3.000 DM. Pansold ging tegen zijn uitspraak van 14.400 Mark in beroep maar ving bot.

Egon Krenz (1937-), de laatste staatsleider van de DDR en Chef van het Zentralkomitees der Sozialistischen Einheitspartei Deutschlands, had het nog steeds niet begrepen toen hij orakelde:.

"Het gaat hier niet om doping, maar om revanche, omdat de sport van de DDR beter was dan die van de Bundesrepubliek."

Atletiek

De Russische polstokspringer Denis Petushinskiy (1967-) liet zich in 1998 tot Nieuw Zeelander naturaliseren. Met een sprong van 5m55 won hij dat jaar op de Commonwealth Games in Kuala Lumpu zilver voor zijn nieuwe heimat. Maar later moest hij de medaille inleveren omdat men Stanozolol in zijn urine had aangetroffen, waarop hij terugkeerde naar Rusland om er jonge polsstokspringers te begeleiden.

In 1998 kreeg de Amerikaanse 100m-specialist Dennis Mitchell (1966-) twee jaar schorsing van de IAAF, omdat men bij een controle testosteron had gevonden. Als excuus haalde hij het wilde nachtje aan als verjaardagsgeschenk voor zijn vrouw. De vijf biertjes en minstens viermaal seks werden wel door de Amerikaanse atletiekbond aanvaard, maar niet door de IAAF

De Amerikaanse Florence Griffith-Joyner (1959-1998), op de Spelen van 1988 in Seoel goud op de 100, 200 en 4 x 100m, overleed op 21 september 1998 in haar slaap. Als officiële doodsoorzaak noteerde men verstikking door een hevige epilepsie-aanval, als gevolg van een aangeboren vaatvernauwing in de hersenen. Maar Flo-Jo werd in het verleden vaak van dopinggebruik verdacht, al werd dat nooit bewezen. De Belgische Prins Alexandre de Merode (1934-2002), voorzitter van de Medische Commissie van het IOC, benadrukte dat de bekende dopingspecialist Manfred Donike (1933-1995) nooit het geringste spoor van drugs in de urine van de Amerikaanse had gevonden. In 1996 tijdens een vlucht naar Los Angeles had ze al eens een beroerte gekregen, maar op verzoek van de familie werd die toen verzwegen. Vlak na de finales van de Olympische Spelen van 1988 in Seoel beweerde de Braziliaan Joaquim Cruz (1963-), winnaar van het goud op de 800 meter op de Spelen van 1984 in Los Angeles, dat de chrono’s van Griffith-Joyner enkel het gevolg konden zijn van het gebruik van steroïden of andere prestatiebevorderende middelen, omdat haar lichaamsbouw drastisch veranderd was en haar prestaties op korte tijd enorm verbeterd waren. Voor het seizoen 1988 liep ze de 100m in 10.96, net voor de Spelen neep ze daar 0,47 seconden af tijdens een meeting in Indianapolis, een nieuw wereldrecord dat 30 jaar later nog steeds op de tabellen prijkt. Over 200m was 21,96 haar beste chrono voor de Spelen, tijdens de finale in Seoel lukte ze 21.34, of een verbetering van 0,62 seconden. En ook die tijd is 30 jaar later nog steeds het wereldrecord. Na de Spelen van Seoel stopte ze haar sportcarrière.

De Noorse kogelstoter en discuswerper Kjell Ove Hauge (1969-) bekende het gebruik van anabolica en stopte daarop zijn sportieve loopbaan.

In Duitsland stierf de voormalige kogelstoter Ralf Reichenbach (1950-1998) aan een hartstilstand, die gelinkt werd aan zijn anabolicaverleden. Op het EK van 1974 in Rome won hij zilver en toen had hij klaar en duidelijk verkondigd dat hij met plezier tien jaar vroeger wilde sterven als hij met anabolicagebruik Olympisch kampioen kon worden.

De Russische kogelstootster Vita Pavlysh (1969-) moest de gouden medaille inleveren die ze op het WK indoor gewonnen had, omdat ze positief testtte op stanozolol. Vijf jaar later op datzelfde WK indoor gebeurde net hetzelfde en dat betekende een levenslange schorsing.

Badminton

De Indonesiër Sigit Budiarto (1975-) kroonde zich in 1997 tot wereldkampioen badminton. Het jaar nadien werd hij twee jaar geschorst voor de inname van Nandrolon.

Baseball

Geruchten wilden dat de Amerikaanse baseball speler Roger Clemens (1962-) van de Toronto Blue Jays door krachttrainer Brian McNamee (1967-) met stanozolol werd ingespoten.

Bobslee

De Oostenrijkse bobsleeër Hubert Schösser (1966-), in 1994 nog winnaar van de Wereldbeker met de vier-mans-bob, testte positief op anabolica en stopte zijn carrière.

Motoracen

De Spaanse motoracer Juan Garriga (1963-2015) werd gearresteerd wegens illegaal wapenbezit en drugtransport. Uit de bewijzen nadien bleek op zijn proces dat hij regelmatig drugs gebruikte tijdens zijn racecarrière. Hij stierf bij een ongeluk tijdens een straatrace.

Rugby

De Australische rugbyspeler Rodney Howe (1973-) kreeg tweeëntwintig wedstrijden schorsing nadat men hem op het gebruik van stanozolol had betrapt.

De Australische professionele rugbyspeler Adam "Mad Dog" MacDougall (1975-) testte in juli 1998 positief op efedrine, de amfetamine amfepramone en de anabole steroïde testosteron. Hij pleitte schuldig en kreeg een schorsing van elf wedstrijden, terwijl zijn teammaats Robbe O'Davis (1972-) en Wayne Richards (1967-) voor hetzelfde vergrijp tweeëntwintig wedstrijden mochten toekijken omdat ze niet wilden bekennen.

Snooker

Meervoudige wereldkampioen snooker Ronnie O'Sullivan (1975-) won de Irish Masters maar 'The Rocket' moest de titel inleveren toen hij op het gebruik van marihuana werd betrapt.

Snowboarden

De Canadese snowboarder Ross Rebagliati (1971-), winnaar van de reuzenslalom op de Olympische Winterspelen van Nagano, werd aanvankelijk gediskwalificeerd na een positieve test op marihuana, dat toen nog niet op de IOC lijst van verboden middelen stond. De beslissing werd door het Arbitragehof voor Sport teruggeschroefd en Rebagliati kreeg zijn goud terug. Later richtte hij het bedrijf 'Gold, Canadian Medical Marijuana' op.

Tennis

De getalenteerde tennisser Petr Korda (1968-) speelde vier grand slam finales, twee in het enkel- en evenveel in het dubbelspel. Na zijn winst op de Australian Open testte de Tsjech in Wimbledon positief op nandrolon. Hij kreeg twaalf maanden schorsing en keerde vervolgens niet meer terug in het profcircuit. Tijdens zijn carrière verdiende hij 10.448.450 dollar aan prijzengeld.

Voetbal

Tijdens een interview verklaarde Zdenek Zeman (1947-), trainer van AS Roma en ex-voetballer bij Juventus Torino, dat het dopinggebruik in de Italiaanse voetbalcompetitie welig tierde en dat het kampioenschap veel aan apothekers te danken had. Daarop barstte een groot schandaal los en de buitenlandse pers publiceerde het nieuws gretig. Raffaele Guariniello (1943-), Openbaar Aanklager in Turijn, startte een onderzoek in de gebouwen van het Rome Laboratory en vond er het bewijs dat er nooit op anabole steroïden of andere hormonen werd getest, waarop het labo definitief gesloten werd.

De Engelsman Jamie Stuart (1976-), verdediger en aanvoerder van voetbalploeg AFC Wimbledon, werd zes maanden geschorst voor een positieve dopingtest uit 1997. In januari 1998 werd die schorsing met drie maanden verlengd toen bleek dat hij zowel aan cocaïne als aan marihuana had gezeten. Hij moest zich ook verplicht laten begeleiden in een revalidatieprogramma.

Als verdediging haalde hij aan dat iemand buiten zijn weten cocaïne in een sigaret had gedaan, maar Professor David Cowan, directeur van het Drug Control Centre van het King's College uit Chelsea, beklemtoonde dat de testresultaten uitwezen dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de cocaïne op die manier gebruikt werd.

Wielrennen

In de streek rond Poitou-Charentes barstte een dopingschandaal los in de liefhebberscategorie van het Franse wielermilieu. Een renner, waarvan de naam niet werd vrijgegeven, overhandigde zijn arts een 'cocktail' die men hem intraveneus had willen toedienen. De analyse en de contra-expertise in de Toxicologielaboratoria van de Universitaire Hospitalen van Poitiers en Limoges leerde dat het om een mengsel van amfetaminen, pijnstillers, cafeïne, cocaïne en heroïne ging, de zogenaamde ‘pot Belge’

In september 1998 stierf de 21-jarige Fransman Sébastien Grousselle (1977-1998) tijdens een criterium in Montereau, Seine-et-Marne. Getuigen zagen hem in volle rechte lijn en zonder de minste aanleiding plots van zijn fiets vallen. Zijn hoofd sloeg met kracht tegen de stoep, waardoor hij een schedelbreuk opliep en meerdere gebroken wervels. Enkele uren later was hij dood. De bloedanalyse onthulde een enorme hoeveelheid corticoïden. Sportbestuurder Stéphane Gaudry en verzorger Stéphane Gicquel werden het jaar nadien in staat van beschuldiging gesteld wegens “onvrijwillige doodslag, toediening van prestatiebevorderende of maskerende substanties, aanzetten en vergemakkelijken van het gebruik van dergelijke substanties”.

De Belgische ex-renner Eddy Plankaert (1958-), in 1988 winnaar van de groene trui in de Tour de France, bekende later aan het magazine 'Sport-Bild':

"Ik ben pas in 1991 met EPO begonnen... Hoewel er verschillende andere goede middelen waren is EPO inderdaad een fantastisch product... Ik ben het beginnen gebruiken toen ik ouder werd en mijn conditie niet meer al te best was. Dank zij EPO merkte ik een prestatieverbetering van 12 tot 15%. Als men EPO neemt  op het hoogtepunt van zijn carrière werkt het vast en zeker fantastisch."

Het meest bekende dopinggeval uit het wielrennen dateert van 1998, toen de complete Festinaploeg uit de Tour de France werd gezet, nadat soigneur Willy Voet (1945-) met een auto vol EPO door de Franse douane gearresteerd werd. Voet, jarenlang verzorger van heel wat professionele renners, gaf tijdens zijn verhoor gedetailleerde informatie over het dopinggebruik binnen het wielermilieu. Later vertelde hij aan journalisten ook de meest onwaarschijnlijke dopingverhalen van de voorbije veertig jaar. Die konden in drie periodes worden samengevat: amfetamines in de jaren '60 en '70, anabole steroïden en cortisone in de jaren '80, vervolgens hGH en EPO. Bovendien waren er in de late jaren '80 zware dopingvermoedens bij de dood van tientallen eliterenners. Het resultaat van dit onderzoek trof heel wat topteams en bleek een onderdeel van een goed georganiseerd, gesofistikeerd en langlopend dopingschema. De ploegleider van Festina bekende dat sommige renners verboden producten namen. Als protest tegen de uitschakeling van Festina, verlieten zes andere ploegen de Ronde, waaronder het Nederlandse TVM. Het dopingschandaal overschaduwde de zege van Marco Pantani (1970-2004), die later eveneens betrapt werd.

De Franse Festina renners Emmanuel Magnien (1971-) en Gilles Bouvard (1969-) bekenden hun dopinggebruik. Bij een controle in de Tour de France van 2000 vond men sporen van cortisone in de urine van Magnien en kreeg hij zes maanden schorsing, waarvan de helft voorwaardelijk.

Bouvard van zijn kant schoof de schuld naar zijn Italiaanse ploegmaat Rodolfo Massi (1965-), die hem de verboden spullen geleverd had. Daarop vielen Franse rechercheurs de kamer van Massi binnen waar ze een berg corticosteroïden aantroffen, die gezien de enorme hoeveelheid niet voor eigen gebruik kon zijn. Men was er dan ook zeker van dat hij de dealer was, waarop hij werd opgepakt en de Tour moest verlaten. Op dat ogenblik droeg hij de bolletjestrui en stond hij zevende in de algemene rangschikking. De Italiaanse Wielerbond schorste hem zes maanden. In het wielermilieu had hij de bijnaam ‘De Apotheker’ en Bjarne Riis (1964-) noemde hem later een ordinaire drugsdealer.

De Franse wereldkampioen Laurent Brochard (1968-) was een van de Festina renners die de Tour op 17 juli moesten verlaten. Amper zeven dagen later biechtte hij het gebruik van prestatiebevorderende middelen op. Op 15 december 1998 schorste de Franse wielerbond hem zes maanden.

Ook de Zwitser Laurent Dufaux (1969-) biechtte zeven dagen na zijn uitsluiting het dopinggebruik op.

Hoewel de hele Festina ploeg bekend had, hield de Fransman Pascal Herve (1964-) vol dat hij nooit aan de verboden snoepjes had gezeten. Tot 2000 hield hij zijn onschuld staande toen hij samen met kopman Richard Virenque (1969-) voor de Rechtbank verscheen. In juni 2001, enkele maanden na het einde van zijn schorsing, werd hij in de Giro op doping betrapt. Daarop stopte hij met koersen en opende hij een café-restaurant in Limoges.

De wereldkampioen van 1994, Luc Leblanc (1966-), vond na die beruchte 'Tour du Dopage', waarin hij regelmatig als woordvoerder van de wielrenners optrad, geen nieuw team en beëindigde zijn sportcarrière. Later bekende hij voor de Rechtbank dat hij van 1992 tot 1998 EPO had gebruikt om zich op de Tour de France, de Giro d'Italia en de Spaanse Vuelta voor te bereiden.

"Het is allemaal waar,” zei hij, “maar ik had zelfs meer kunnen nemen om die wedstrijden te winnen."

Ook de Zwitser Armin Meier (1969-) gaf zeven dagen na de uitsluiting van het hele Festina team het gebruik van prestatie verboden middelen toe.

De Fransman Christophe Moreau (1971-) biechtte eveneens zijn EPO gebruik op en kreeg daarvoor slechts zes maanden schorsing.

De Fransman Didier Rous (1970-) werd zes maanden geschorst nadat Festina uit de Ronde was gekegeld en hij dat EPO gebruik toegaf. Omwille van een hernia beëindigde hij in 2007 vroegtijdig zijn carrière.

De Fransman Richard Virenque (1969-) was in de Tour de France een van de topfavorieten voor de eindzege, maar moest op 17 juli 1998 samen met zijn maats de Ronde verlaten. Omdat hij niet betrapt werd ontkende hij op dat ogenblik zijn dopinggebruik, maar op 24 oktober 2000 kwam hij plots met bekentenissen aandraven. Tot ieders verbazing sprak een Franse Rechtbank hem vrij in december 2000. Een week later veroordeelde de Zwitserse wielerbond hem echter tot negen maanden rijverbod en een boete van vierduizend Zwitserse frank. Ondanks zijn bekentenissen en de daaraan verbonden schorsing, kreeg hij bij Domo-Farma Frites een contract aangeboden en verbaasde hij de hele wielerwereld met winst in Parijs-Tours. Het jaar nadien keerde hij terug naar de Tour waar hij prompt een etappe won. In 2003 en 2004 veroverde hij de bolletjestrui en schreef hij telkens ook een rit op zijn naam. Eind 2004 zette hij een punt achter zijn woelige loopbaan en werd hij als PR man ingelijfd door de Lotto ploeg.

Een week na de uitsluiting van de Festinaploeg bekende de Zwitser Alex Zülle (1968-) zijn dopinggebruik aan de ondervragers. Later gaf hij in de rechtszaal ook toe dat hij vier jaar EPO had gebruikt, onder meer bij ONCE.

“Ik durf beweren dat het twintigkoppige sportteam EPO kreeg onder begeleiding van Dokter Nico Torrados en een zekere Jos.”

Hij werd twaalf maanden geschorst maar net als in 1999 eindigde hij tweede in de eindrangschikking van de Ronde van Frankrijk. In 2002 won hij nog een etappe en de eindzege van de Ronde van Zwitserland, twee ritten in de Ronde van Romandië, een etappe en het eindklassement van de Ronde van Valencia en een rit in de Ronde van Algarve. Hij brak echter weinig potten in de grote rondes en in 2004 zette hij een punt achter zijn sportloopbaan.

De Australiër Neil Stephens (1963-) tenslotte bekende eveneens zijn EPO gebruik, waarvoor hij zes maanden geschorst werd maar ook hij kreeg later de job van sportbestuurder aangeboden.

In het kader van het onderzoek naar de Festina ploeg werd de Spaanse arts Nicholas Cepeda-Torrados tot twee maanden voorwaardelijk veroordeeld en een boete van tienduizend Franse Frank (= 1.500 Euro) wegens de ‘illegale invoer van verdovende middelen’. Torrados verdedigde zich met het argument dat hij die producten nodig had voor het verzorgen van mensen rond het ONCE team, in het bijzonder ploegleider Manolo Saiz (1959-) (foto), een zware astma- en allergiepatiënt.

Volgens de Belgische dopingexpert Professor Michiel Debackere (1930-2013) was de dopingaffaire rond Festina slechts het topje van de ijsberg .

"Er ligt nu een klein stukje bloot. Men betrapte niet één renner, maar een gans team is verdacht. En als het waar is voor één team, zullen er meer teams zijn. Ze hebben allemaal boter op hun hoofd.''

Nadat Festina uit de Tour de France was gekieperd, stapten ook zes van de 21 resterende ploegen vrijwillig uit de Ronde, waarbij verwezen werd naar oneerlijke politietactieken en mishandeling van deelnemers. Op drie weken tijd werd het deelnemersveld van 189 renners gereduceerd naar minder dan 100.

Naar aanleiding van de Festina affaire vroeg de Zwitserse sportarts Daniel Blanc (1948-2009), die onder meer de Franse renners Laurent Dufaux (1969-) en Richard Virenque (1969-) begeleidde, klaar en duidelijk om als sportarts meer invloed te krijgen op medicatie en eiste hij de vrijgave van doping onder medisch toezicht. In een interview met de Zwitserse televisie bevestigde hij vanuit medisch oogpunt zijn behandeling van wielrenners met illegale middelen:

“Met een gerichte medische behandeling helpen sportartsen de renners de marteling van een Tour de France te doorstaan. Ik zou een cynicus zijn moest ik mij in Lausanne vestigen en EPO willen verdrijven. Dat doe ik niet. Wat de vermeende risico's betreft ... akkoord voor PFC, want ik begrijp niet hoe iemand dat durft gebruiken. Maar de rest? Ik denk niet dat anabolica in lage dosissen schadelijk kunnen zijn. Als een renner me zegt ‘mij ontbreekt de kracht voor een tijdrit en daarom kan ik geen ronde winnen’, dan kan ik hem misschien een kleine dosis anabolica voorschrijven, samen met een specifiek trainingsschema van vier tot zes weken, waarmee zijn spiermassa geleidelijk toeneemt. Waarschijnlijk is dat voor hem totaal ongevaarlijk.”

Blanc zei ook nog:

“Wanneer ik de hematocrietwaarde van een sporter naar 60 verhoog, ben ik niet alleen een oplichter, maar ook een moordenaar. Wanneer ik zijn hematocrietwaarde van 45 naar de geoorloofde grens van 50 breng is dat volgens mij een hulp voor de sporter, op voorwaarde dat het voorgeschreven geneesmiddel niet gevaarlijk is”

De Zwitserse krant ‘Le Matin’ meldde dat Blanc aan acht toprenners, waaronder Virenque en Dufaux, een experimentele en niet verboden behandeling gaf, die normaal diende om longontsteking en furonkels te genezen. Ze bestond uit meerdere maandelijkse injecties van elk 3.500 Duitse Mark (= 1.750 Euro), maar die kosten werden door farmareus Novartis gedragen.

Willy Voet (1945-) noemde de Zwitserse arts ‘de grootste dopeerder van de scene’.

In een interview met het Franse magazine 'L'Express' bekende Désiré Letort (1943-2012) dat hij amfetamines had gebruikt in de Tour de France van 1967. Het waren zijn hoogdagen en in het peloton werd hij 'Monsieur Dopage' genoemd.

"In 1965 bij een val in Parijs-Brussel drong het plots tot mij door. Zo'n vijftig renners knalden tegen de grond en wat zag ik? Spuiten en dopingproducten lagen op straat verspreid. De jongens probeerden de spuiten en flesjes samen te rapen. Ik deed rustig mee.... Omdat ik wilde weten wat ik nam, bestudeerde ik de Vidal. Ik werd een beetje een specialist.... Ik heb er een aantal gered die midden in de nacht dreigden te stikken. In dergelijke gevallen werd Désiré erbij geroepen. Ik wist immers wat er moest gebeuren."

In maart werd de Italiaanse renner Francesco Casagrande (1970-) op het gebruik van testosteron betrapt. Hij kreeg zes maanden schorsing, die later naar negen maanden werden verhoogd, waarop zijn ploeg Cofidis hem de laan uitstuurde. Nadien werd hij nog meerdere keren op doping betrapt.

De Amerikaanse baanrenner Stephen Alfred (1968-) werd tijdens de Commonwealth Games in Kuala Lumpur betrapt op het gebruik van noradostreron en kreeg hiervoor zes maanden schorsing. In mei 2006 vloog hij een tweede keer tegen de lamp, toen stelde men het gebruik van testeron vast en omdat hij de maand nadien op de Pan Amerikaanse Spelen in Brazilië positief testte op hCG kreeg hij acht jaar schorsing. Hij bleef echter verder trainen, maar omdat hij het jaar nadien een controle weigerde moest hij levenslang naar de kant.

In de Ronde van Romandië kon men de Zwitserse renner Mauro Gianetti (1964-) op het nippertje redden na een analfylactische shock op PFC, met lever- en nierfalen als bijwerkingen. Perfluorcarbon (PFC) is een product dat zuurstof vervoert en dus met bloeddoping kan vergeleken worden. In tegenstelling tot EPO heeft het geen invloed op de hematocrietwaarde, wordt het zeer langzaam opgeslagen maar is het ook doodsgevaarlijk.

Zwemmen

In januari net voor het WK in Perth bleek dat vier Chinese zwemmers het diureticum triamterene hadden geslikt.

Olena Lapunova (1980-) een vrije slag zwemster uit Oekraïne, testte positief op metandienone en kreeg daarvoor vier jaar schorsing van de FINA.

De Chinese rugslagzwemster Chen Yan (1979-) kreeg vier jaar schorsing nadat men haar tijdens de Aziatische Spelen op doping had betrapt.

Tijdens de World Cup in maart testte de Britse vrije slag specialist Mike Fibbens (1968-) positief op benzoylecgonine, een metaboliet van cocaïne, waardoor hij de Spelen van 2000 in Sydney mocht vergeten.

Aan de medailles van de Ierse zwemster Michelle Smith (1969-), die in 1996 op de Olympische Spelen van Atlanta als eerste aantikte na 200 en 400m wisselslag en 400m vrije slag, met brons als toetje in de 200m vlinderslag, hing toen al een geurtje. Op de persconferentie na de finale had de Amerikaanse Janet Evans (1971-), een van de geklopten, al een ballonnetje opgelaten. Dat gerucht werd nog versterkt door het feit dat Smith in het verleden nooit sterke prestaties had neergezet.

Bovendien werd ze door haar Nederlandse echtgenoot Erik de Bruin (1963-) getraind, die in 1993 als discuswerper en kogelstoter op doping werd betrapt en daarvoor vier jaar schorsing kreeg. In 1998 kreeg ook Smith vier jaar schorsing nadat bleek dat ze tijdens een dopingtest met haar urine had geknoeid. Er zat namelijk een enorme hoeveelheid pure whiskey in, die daar door normale consumptie nooit kon geraakt zijn maar die wel bepaalde stoffen kon maskeren. Maar men trof ook Androstenedione aan, bij bodybuilders een gretig gebruikt product. Gezien ze inmiddels 28 was, betekende de schorsing het einde van haar sportieve carrière, bovendien moest ze de twee gouden en twee zilveren medailles inleveren die ze tijdens het EK in Sevilla gewonnen had.

 


rdsm