Geschiedenis van de Sportgeneeskunde - 1781-1790

1782

De eerste ijscaloriemeter werd ontwikkeld door de Frans-Schotse arts Joseph Black (1728-1799), de Franse wetenschapper Antoine Lavoisier (1743-1794) en de Franse mathematicus en astronoom Pierre-Simon Laplace (1749-1827).  

Ze gebruikten hem in de winter van 1782 voor het bepalen van de afgegeven warmte in verschillende chemische varianten. De berekeningen waren gebaseerd op de eerder door Black ontdekte latente hitte. Deze experimenten waren de start van de thermische scheikunde. Op die manier ontdekten Lavoisier en Laplace dat de door Guïnese biggetjes afgegeven warmte in een ijscaloriemeter ongeveer gelijk is aan de warmte die in dezelfde tijdsperiode geproduceerd wordt door de oxidatie van het koolstofequivalent tegenover de afgegeven warmte van het door het Guinese biggetje geproduceerde koolstofdioxide. Daardoor legden ze een relatie tussen directe en indirecte calorimetrie.

1784

Valentin Hauy (1745-1822), een medewerker van het Franse Ministerie van Buitenlandse Zaken, startte in 1784 een opleidingscentrum voor blinde masseurs. Het doel was om blinden een economische en sociale status te verschaffen, hij ging er immers vanuit dat een blinde door zijn handicap beter geoefend is in het voelen en palperen van spieren en daardoor een professionele voorsprong heeft op ‘zienden’.

1785

Met financiële hulp van hertog Ernst II von Gotha (1745-1804) kocht de Duitse theoloog Christian Gotthilf Salzmann (1744-1811) het landgoed Schnepfenthal aan de voet van het Thüringer Waldes, waar hij een filantropische school opstartte waar hij zelf de eerste lessen lichamelijke opvoeding gaf. Vanaf 1786 nam Johann Christoph Friedrich GutsMuths (1759-1839) die taak over.

1786

Met de ontdekking van elektrische potentialen in levend weefsel startte de ontwikkeling van het ECG. Dit elektromotief effect werd voor het eerst onderzocht door de Italiaanse anatoom Aloysio Luigi Galvani (1737-1798). Tijdens zijn experimenten demonstreerde hij dat spieren elektriciteit kunnen genereren. Galvani noteerde dat gedissecteerde kikkerpoten samentrekken als de rurale zenuwen gestimuleerd worden met een metalen scalpel. Op 20 september 1786 schreef hij:

"Ik dissecteerde en prepareerde een kikker op de normale manier. Terwijl ik iets anders deed legde ik hem op een tafel waarop een elektrische machine op enige afstand van zijn conductor stond, maar door een belangrijke ruimte ervan gescheiden. Toen één van mijn assistenten met de punt van een scalpel toevallig en lichtjes de innerlijke rurale zenuwen van de kikker aanraakte, trokken alle spieren van de poten samen, alsof ze door krachtige krampen werden aangetast."

Later toonde hij aan dat direct contact met een elektrische generator leidt tot een spiercontractie. Galvani koppelde ook koperen haken aan het ruggenmerg van de kikker en hing die op aan een ijzeren reling in zijn tuin. Hij noteerde dat de kikkerpoten samentrokken tijdens onweer maar ook bij goed weer. Hij interpreteerde deze resultaten in termen van 'dierlijke elektriciteit' of het behoud van 'neuro-elektrische vloeistof' zoals bij een elektrische aal. Nog later toonde hij aan dat het elektrisch stimuleren van een kikkerhart tot contractie van de hartspieren leidt. Galvani ontdekte ook dat als men de zenuw van een kikker op de gekwetste spier van een andere kikker plaatste, de spieren van de eerste kikker samentrokken.

 

In 1786 claimde Thomas Jefferson (1743-1826) de uitvinding van de pedometer. Omdat de derde president van de Verenigde Staten het toestel nooit patenteerde, moet dit vooral beschouwd worden als een historische speculatie. Het toestel werd bevestigd aan de riem van de proefpersoon en wordt soms ook de ‘Tomish meter’ genoemd. Voor het meten van de afgelegde afstand slingerden gewogen, metalen ballen binnen het toestel op een slinger. Het toestel was weinig accuraat en gaf enkel een ruwe schatting van de afgelegde weg.

1788

De Ierse arts Adair Crawford (1749-1795) bouwde de eerste calorimetrische ademhalingskamer om simultaan de gasuitwisseling en warmteproductie te meten. Net als de Franse wetenschapper Antoine Lavoisier (1743-1836) gebruikte Crawford een ruimte met drie compartimenten. Maar anders dan bij Lavoisier, gebruikte hij water in plaats van ijs, waardoor de omstandigheden in de calorimeter het metabolisme waarschijnlijk veel minder beïnvloedden. De gasmetingen met dit apparaat waren niet bevredigend.

1789

Samen met de Franse fysioloog Armand Seguin (1767-1835) voerde Antoine Lavoisier (1743-1794) humane ademhalingsexperimenten uit bij twee verschillende omgevingstemperaturen, waarmee ze de eerste humane basale metabolische waarden bepaalden. Van het toestel zijn niet alle details bekend, wel is geweten dat ze een gezichtsmasker gebruikten en dat de uitgeademde lucht verzameld en vervolgens geanalyseerd werd op zuurstof en koolstofdioxide. De door Antoine Lavoisier (1743-1794) gebruikte gasmeter voor zijn onderzoek naar verbranding en 'flogiston' werd geïllustreerd in zijn 'Traité Élémentaire de Chimie' uit 1789. Het toestel kan in het Parijse Musée des arts et métiers-CNAM bewonderd worden.

1790

De moderne wetenschap heeft heel wat te danken aan de experimenten van Antoine Lavoisier (1743-1794), vooral op het vlak van gasuitwisseling. In november 1790 rapporteerde hij:

  1. De hoeveelheid zuurstof geabsorbeerd door een man in rust bij een temperatuur van 26°C is 1200 kubieke duim per uur.
  2. De hoeveelheid zuurstof die nodig is bij een temperatuur van 12°C stijgt tot 1400 kubieke duim
  3. Tijdens de spijsvertering stijgt de hoeveelheid zuurstof tot 1800 à 1900 kubieke duim
  4. Tijdens oefenen kan de hoeveelheid opgenomen zuurstof meer dan 4000 kubieke duim zijn.

 


rdsm
run4brain