Geschiedenis van de Sportgeneeskunde - 1923

1923

Een draagbare Douglas Bag uit 1923.

1923

In 1923 publiceerde de Duitse internist en sportarts Herbert Herxheimer (1894-1985) ‘Die Rolle der Leibesübungen in der Therapie’, waarin hij de therapeutische procedures van bewegingstherapie, fysiotherapie en revalidatie behandelde.

1923

In Frankrijk werd een hogere opleiding lichamelijke opvoeding gedoceerd aan de medische scholen van Parijs, Lyon, Nancy en Lille.

1923

In Den Haag werd het eerste Nederlandse sportkeuringsbureau opgericht, dat zeer vlug navolging kende en in 1930 verenigden deze sportkeuringsbureaus zich tot de 'Federatie van Bureaux voor Medische Sportkeuring'. Door het verplicht stellen van de sportkeuring werden er in de topjaren 300.000 keuringen verricht in 225 verschillende centra. De sportkeuring was zeer summier, werd veelal door huisartsen uitgevoerd en beperkte zich meestal tot tien diepe kniebuigingen.

1923

De Britse Fysioloog en Nobelprijswinnaar Archibald Vivian Hill (1886-1977) publiceerde het artikel 'Muscular exercise, lactic acid, and the supply and utilization of oxygen' in de Quarterly Journal of Medicine, waarin hij stelde:

"Bij het lopen neemt de zuurstofbehoefte continu toe als de snelheid verhoogt, ....; de eigenlijke zuurstofopname bereikt echter een maximum waarboven geen enkele inspanning ze kan drijven. De zuurstofopname kan haar maximum bereiken en constant blijven louter omdat ze vanwege de beperkingen van de bloedsomloop en de ademhalingswegen niet hoger kan gaan."

1923

Aan de Universiteit van Kopenhagen ontwikkelde diabetoloog Hans Christian Hagedorn (1888-1971) een speciaal voor klinisch gebruik aangepast toestel dat het zuurstofverbruik en de koolstofdioxide output grafisch kon registreren.

Zijn ervaringen met de respiratiemachine van de Deense fysioloog August Krogh (1874-1949) leerden hem dat het voor klinisch onderzoek enorm nuttig is om ook de zuurstofconsumptie grafisch weer te geven. Want de grafieken toonden of de respiratie en het metabolisme uniform waren of niet, een belangrijke controle bij het bestuderen van proefpersonen die niet voor metabole experimenten getraind waren. Met de tabellen van de Duitse fysioloog Nathan Zuntz (1847-1920) kon de hitteproductie berekend worden en ook de berekeningen en tabellen van de Deense fysioloog August Krogh (1874-1949) werden gebruikt. De ventilatie berekende hij met een goede planimeter die de totale zone tussen inspiraties en expiraties kon meten. De meting van de planimeter gaf dan een zone weer die gedeeld door de lengte van het experiment de gemiddelde diepte weergaf van de respiratie in centimeters op de abscis. Via een speciale schaalverdeling kon die dan in liters omgerekend worden. De gemiddelde respiratie vermenigvuldigd met het aantal respiraties tijdens het experiment en gedeeld door de duur van het experiment in minuten gaf de ventilatie per minuut.


rdsm