Geschiedenis van de Sportgeneeskunde - 1930

Het Italiaans Olympisch Comité opende in Rome een traumatologiekliniek waar gekwetste sporters gratis behandeld werden. De sportartsen waren staatsambtenaren en in 1935 had de Italiaanse staat er 2.000 in dienst. Het loonde zich, want op de Olympische Spelen van 1932 in Los Angeles eindigde Italië tweede in de medaillestand en vier jaar later derde in Berlijn.

De pedometer raakte populair in de Verenigde Staten en werd er onder de naam 'Hike-o-Meter' op de markt gebracht.

De Amerikaanse botanist en biometrist James Arthur Harris (1880-1930) en de Amerikaanse Professor Fysiologie Francis Gano Benedict (1870-1957) bepaalden de Harris-Benedict-vergelijking, ook wel het Harris-Benedict-principe genoemd. Voor deze methode ontwikkelden ze een rekeniniaal, dat gebruikt wordt om de basale metabole snelheid (BMR) van een persoon te schatten.

In 1930 werd de American Academy of Physical Education (AAPE) opgericht, in 1993 wijzigde de naam naar American Academy of Kinesiology and Physical Education (AAKPE).

De twaalf Nederlandse Sportkeuringsbureaus beslisten om over te gaan tot eenvormige keuringen en ook om meer gegevens te verzamelen. Ze verenigden zich in de Federatie van Bureaux voor Medische Sportkeuring (FBMS), die in 1933 Koninklijke Goedkeuring verkreeg. De eerste voorzitter was Professor Jan Gerard Sleeswijk (1879-1969), hoogleraar technische hygiëne in Delft. Dokter Herman Reijs (1883-1948) werd voorzitter van de Medische Commissie.

De Oostenrijkse arts Otto Nuhr (1912-1989) was een pionier op het vlak van elektrische hoogfrequentietherapie. Tijdens de tweede Wereldoorlog behandelde hij in het voormalige ziekenhuis van Königsberg gevangenen met ernstige bevriezingsverschijnselen. Toen hij naar Wachau terugkeerde, startte hij een eigen centrum in Senftenberg. Bij lokaal gebruik van de NUHR therapie werd een borstelachtige elektrode op de te behandelen lichaamsoppervlakte geplaatst, die via een pool verbonden was met de TESLA transformator. Uit deze borstelelektrode stroomde een gloed die bij voldoende spanning of bij een vermindering van de afstand tussen de borstel en de patiënt uiteindelijk in elektrische vonken overging.
De specifieke effecten van deze hoogfrequente stromen

  • Verdiepen van de ademhaling
  • Bradycardie
  • Verminderen van de cardiale schaduw
  • Versterken van de systole en een initiële verhoging van de bloeddruk met een daaropvolgende bloeddrukverlaging.

Speciaal toepassingsgebied van deze therapie was de behandeling van CVA patiënten.


rdsm
run4brain