Geschiedenis van de Sportgeneeskunde - 1950

1950

In de jaren '50 omschreef Bruno Balke (1908-1999), Professor aan de University of Wisconsin, een loopbandprotocol dat hij bij het personeel van de Air Force gebruikte voor inspanningstesten. In dit protocol werd de werklast verzwaard door het loopvlak van de loopband te verhogen terwijl de snelheid ongewijzigd bleef. Oorspronkelijk gebruikte Balke een snelheid van 5,3 km/uur op een horizontale loopband, met een stijging van 1% om de minuut. Gebaseerd op de tijd van het uithoudingsvermogen en de eindhoek van de loopband kon met de volgende formule een schatting gemaakt worden van de:

VO2max = loopsnelheid (m/min) × lichaamsgewicht (kg) × (0,73 × hoek/100) × 1,8

1950

Op initiatief van de Duitse Professor Interne Geneeskunde en Sportgeneeskunde Werner Ruhemann (1895-1953) werd op 14 oktober 1950 de Deutsche Sportärztebund (DSÄB) opgericht, die 500 leden telde en later uitgroeide tot 5.500 leden. Hun tijdschrift heette aanvankelijk ‘Leibesübungen, Sportarzt, Erziehung’, het werd in 1953 omgedoopt tot ‘Sportmedizin’, van 1959 tot 1963 verscheen het onder de titel ’Der Sportarzt’, van 1964 tot 1977 als ‘Sportarzt und Sportmedizin’ en sedert 1978 ‘Deutsche Zeitschrift für Sportmedizin’, waaraan in 2010 de ondertitel ‘German Journal of Sports Medicine’ werd toegevoegd. Het tijdschrift had later een oplage van 15.000 stuks. De leden mochten de titel ‘Sportarts’ enkel gebruiken als ze na het volgen van een bijzondere opleiding het diploma van de Deutsche Sportärztebund hadden behaald. Professor Frohwald Heiß (1901-1988) uit Stuttgart was de eerste voorzitter van DSÄB en in 1951 werd het eerste congres georganiseerd in Köln.

1950

Tijdens de Generalversammlung der Interessensgemeinschaft für Sportmedizin werd in Oostenrijk het eerste bestuur verkozen met Professor Anton Hittmair (1892-1986) (foto), hoogleraar Inwendige Ziekten aan de Innsbrucker Universtität als eerste voorzitter en Professor Neurologie Walter Birkmayr (1910-1996), Professor Spoedgevallen Walter Ehalt (1888-1976), Professor Sportfysiologie Ludwig Prokop (1920-2016) en de sportartsen Hermine Kopsa en Emanuel Michael Schwarz (1878-1968) als bestuursleden.

1950

Bij het onderzoek op de foto hierboven werd de Douglas Bag gebruikt om uitgeademde gassen van een arbeider  te verzamelen die een gat graaft.

1950

In Duitsland leidde het fundamenteel fysiologisch onderzoek van Professor Erich Albert Müller (1898-1977) in het Max Planck Instituut naar de ontwikkeling van een ergometerfiets, waarvan de handhaving van een constant vermogen en evolutie gewaarborgd werd.

1950

De foto van een ergometerfiets zoals ze verscheen op pagina 58 van het boek 'Studien uber die Pathophysiologie der Atmung bei der Silikose Die Lungenfunktion im Arbeitsversuch'.

Het boek werd gepubliceerd door de Zwitserse internist Paul H. Rossier (1899-1976) en de Zwitserse Professor Fysiologie Albert A. Buhlmann (1923-1994) (foto).

1950

Het ontwerp van een ergospirometer van de Duitse Professor Geneeskunde Hugo Wilhelm Knipping (1895-1984).

1950

De Britse cardioloog Paul Wood (1907-1962) liet zijn patiënten als inspanningsproef 84 stappen doen omdat hij beweerde dat het noodzakelijk was om hen naar hun maximale capaciteit te duwen. Hij stelde hierbij verschillende punten vast die nog steeds geldig zijn:

  1. De hoeveelheid te verrichten arbeid moet niet vastgelegd worden, maar moet aan de capaciteit van de patiënt worden aangepast.
  2. Meer inspannend werk (een hartslag boven 90 b/min) produceert een hoger percentage positieve tests bij patiënten met een bekende coronaire ziekte
  3. De betrouwbaarheid van de maximale stresstest is over het geheel genomen 88%, vergeleken met 39% in de mastertest.

Wood adviseerde het gebruik van de stresstest om latente myocardiale ischemie te ontdekken, om de ernst van de ziekte te bepalen en om de therapie te evalueren.

.


rdsm