Geschiedenis van de Sportgeneeskunde - 1952

1952

Op 19 maart 1952 werd in Leipzig de 'Wissenschaftlichen Rat für Körperkultur und Sport' opgericht met een 'Fachkommission Sportmedizin', waar talrijke sportgeneeskunde toegewijde clinici, beoefenaars en professoren uit verschillende vakgebieden van de DDR als 'gewone' of 'corresponderende' leden werden verkozen. De prioritaire taak van de commissieleden was de voorbereiding van de 'Richtlijnen voor de vrijstelling van verplichte sport in scholen en onderwijsinstellingen', evenals het 'inhoudsontwerp van de cursussen voor sportartsen' en het 'lesmateriaal voor sportgeneeskunde'.

1952

Voor trainingsdoeleinden en voor betere krachtmetingen gebruikte men meer en meer speciaal vervaardigde roeimachines.

Het origineel ontwerp bevatte een groot, zwaar en stevig ijzeren vliegwiel met een mechanische wrijvingsrem. Het werd ontwikkeld door de Australiër John Harrison (1924-2012) van de Leichhardt Rowing Club van Sydney. In 1956 nam hij met de vier zonder stuurman deel aan de Olympische Spelen van Melbourne en later werd hij hoogleraar Werktuigkunde aan de University of New South Wales.

Harrison werkte dit idee uit na zijn ontmoeting met Professor Frank Cotton (1890-1955), hoogleraar Fysiologie aan de University of Sydney.

1952

James B. Yu legde de criteria vast voor het screenen van hart-vaatziekten via loopbandtesten:

  • ST-depressie > 1,0 mm
  • Verandering in de T-golf (opwaarts - omgekeerd)
  • Verhoging van T golfamplitude en Q-T duur

1952

De University of Washington gebruikte loopbanden voor de diagnose van hart- en longziekten. Het toestel was een uitvinding van Robert Bruce (1916-2004) en Wayne Quinton (1921-2015).

Robert Arthur Bruce (1916-2004) was een internationaal erkend Hoogleraar Cardiologie aan de University of Washington. Omwille van zijn veelzijdig onderzoek en omwille van het ontwikkelen van het Bruce Protocol wordt hij de ‘vader van de inspanningscardiologie’ genoemd. Vóór het Bruce-protocol was er geen veilige, gestandaardiseerde controle van de hartfunctie bij inspanningsproeven. Soms werd de Master's Two-Step Test gebruikt, maar die was voor de meeste patiënten zeer vermoeiend en ook ontoereikend voor het beoordelen van respiratoire en circulatiefuncties tijdens variërende inspanningsoefeningen. De meeste artsen vertrouwden op de klachten van hun patiënten bij inspanning en onderzochten ze alleen in rust. Om deze problemen aan te pakken ontwikkelde Bruce samen met zijn collega Paul Yu (1915-1991) een inspanningstest voor loopband. Voor die test gebruikte hij gemotoriseerde loopbanden en de nieuwste technologische ontwikkelingen van het ECG.

Bio-ingenieur Wayne Quinton (1921-2015) ontwikkelde meer dan dertig biomedische toestellen. Hij studeerde aan de University of Washington af in biomedische technologie.

1952

De Britse artsen Sir Adolphe Abrahams (1883-1967) en Sir Arthur Porritt (1900-1994) stichtten de British Association of Sport and Medicine (BASM). Abrahams was de broer van Harold Abrahams (1899-1978), die de 100m won op de Olympische Spelen van 1924 in Parijs en van Sidney Abrahams (1885-1957), die in 1913 Brits kampioen verspringen werd. Porritt was chirurg in het leger, van 1967 tot 1972 Gouverneur-generaal van Nieuw Zeeland en winnaar van het brons op de 100m tijdens de Spelen van Parijs.

1952

Samen met het bedrijf Monark bouwde Per-Olof Åstrand (1922-2015), Professor Fysiologie aan het Karolinski Institut van Stockholm, een mechanisch geremde ergometerfiets. Om het vliegwiel af te remmen gebruikte hij een riem die bevestigd was aan de draai-as van de slingertrommel met slingerarm en slingergewicht. In rust hing de slinger loodrecht en bij het trekken aan de remband zwaaide hij uit. Die uitzwaai en daarmee dus de trekkracht was in Kilopond afleesbaar op de Newton geijkte schaal.

1 mkp = 9,81 Joule (˜ 10 joule) = 9,81 Newtonmeter (Nm ˜ 10)

Per-Olof Åstrand (1922-2015) was een van de grondleggers van de moderne inspanningsfysiologie. Zijn onderzoeksgebied omvatte de domeinen van humane zuurstoftransportsysteem, de beperkende factoren voor maximaal aëroob vermogen, de effecten van omgevingsfactoren, de fysieke prestaties met betrekking tot leeftijd en geslacht, de gezondheid en fitness, de preventieve geneeskunde en de revalidatie. Åstrand is bekend voor het ontwikkelen van de Astrand Rhyming Cycle Test, een submaximale aërobische fitnesstest waarbij de proefpersoon zeven minuten fietst aan een constante workload, waarbij de hartslag om de minuut geregistreerd wordt.

Samen met de Noorse fysioloog Käre Rodahl (1917-2008) is hij ook de auteur van het Textbook of Work Physiology, dat in zeven talen vertaald werd. In totaal publiceerde Åstrand meer dan tweehonderd wetenschappelijke werken.

Åstrand gebruikte de Douglas zak voor het meten van de zuurstofopname bij toenemende belasting.

1952

Met betrekking tot ischemie somden de Amerikaanse cardiologen Paul N.G. Yu (1916-1991) en Alfred Soffer (1922-) (foto) van de University of Rochester de volgende ECG veranderingen op tijdens het gebruik van de mastertrap met continue monitoring:

  1. ST-segmentverlaging van 1,0 mm of meer
  2. Wijziging van de T-golf van rechtop naar omgekeerd of van omgekeerd naar rechtop
  3. Toename van de amplitude van de T-golf van 50% of meer over de rustende uithoek
  4. Verlenging van de QT/TQ-verhouding tijdens inspanning tot meer dan 2

Yu en Soffer benadrukten de waarde van continue monitoring en stelden dat het QT-interval zorgvuldig moet gemeten worden. Ze stelden voor om het leidende systeem op te zetten als een bipolaire lead van de rechter scapula naar de V5-positie, een configuratie die Robert Arthur Bruce (1916-2004) enkele jaren later gebruikte.


rdsm