Geschiedenis van de Sportgeneeskunde - 1955

1955

De Duitse fysicus Franz Nicolai (1910-1978) ontwikkelde de eerste telemetrische apparatuur voor het versturen van een ECG en hartslag. Hiermee konden de meetwaarden van de atleten vanop kilometers afstand gevolgd worden

1955

De Deutschen Sporthochschule Köln breidde zijn inspanningsonderzoeken steeds verder uit.

Fietsergospirometrie met de registratie van de arbeid/bloeddruk-verhouding en de van de oorlel afgeleide polsslag. Via een in de arteria brachialis ingebrachte canule waren gelijktijdig bloedafnames mogelijk.

Inspanningsonderzoek op een ergometerfiets met gelijktijdige registratie van ventilatie, zuurstofopname, hartslag en diastolische bloeddruk. Een in de arteria brachialis ingebrachte canule liet een arteriële bloedafname toe tijdens de inspanning.

1955

De Amerikaanse Professor Biochemie Henry L. Taylor (1912-1983) van de University of Minnesota, Minneapolis stelde een index voor voor circulatoire testresultaten. Die index benadrukte dat als de sterkste spier gebruikt wordt, de hoeveelheid arbeid gewoonlijk door de cardiale output beperkt wordt in plaats van door spierzwakte. Daarom kunnen de polsverhogingen bij lopen of wandelen gecorreleerd zijn met een toename van de cardiale output en dus met de aërobe capaciteit van de proefpersoon.

1955

C. Frank Consalazio (1913-1976), een biochemicus aan de Amerikaanse Harvard University, schreef in de The American Journal of Clinical Nutrition van december 1971 de bijdrage 'Energy expenditure studies in military populations using Kofranyi-Michaelis respirometers' over het gebruik van respirometers bij veldtesten van inspanningsproeven.

"Dit vereenvoudigde en compacte toestel is vrij klein, 20 x 27 x 11 cm met een gewicht van 3 kg, en bestaat uit een 'droge gas'-meter voor het bepalen van het totale volume en de temperatuur van de uitgeademde lucht. Het opgedeelde toestel kan ingesteld worden om in een 500 ml butylrubberen zak continu 0,3 of 0,6% van iedere uitgeademde lucht op te vangen. Een belangrijk kenmerk is dat de stalen gedurende vrij lange tijd kunnen afgenomen worden. Voor de uiteindelijke berekening van het energieverbruik worden deze stalen met gebruikelijke procedures op hun CO2- en O2-concentratie geanalyseerd ."


rdsm