Sportarts-Sporter 1951

1951

De Oostduitser Hans-Georg Aschenbach (1951-) won goud in het schansspringen op de Olympische Winterspelen van 1976 in Innsbruck. In 1974 had hij het Vierschansentornooi gewonnen en werd hij in het Zweedse Falun wereldkampioen, zowel op de normale als op de grote schans. Het jaar voordien had hij zich ook al tot wereldkampioen skivliegen gekroond. Na de Spelen van 1976 stopte zijn sportieve carrière en studeerde hij af als sportleraar. Aan de Ernst-Moritz-Arndt-Universität van Greifswald startte hij toen met studies Geneeskunde. Na het behalen van zijn diploma werd hij teamarts van de DDR skispringers en sportarts van de nationale ploeg. Tijdens het Mattenspringen van augustus 1988 in het Westduitse Hinterzarten verschalkte hij zijn bewakers en vluchtte hij naar het Westen. Daar deed hij in een interview met het Duitse weekblad Bild am Sonntag de dopingpraktijken van de DDR uit de doeken. Kinderen en tieners werden gedopeerd zonder dat hun ouders dat wisten en zelf had hij ook Oral-Turnabol moeten slikken. In Freiburg kreeg hij de job van Orthopedisch Chirurg aangeboden in de Mooswaldklinik van de Westduitse sportarts Armin Klümper (1935-). In 1993 vestigde hij zich als huisarts-sportarts in Freiburg-Munzingen en in 2012 publiceerde hij zijn biografie 'Euer Held. Euer Verräter. Mein Leben für den Leistungssport'.

1951

De Amerikaanse skiër Bob Cochran (1951-) was van 1969 tot 1974 actief in het World Cup Circuit en samen met zijn zussen Marilyn (1950-), Barbara (1951-) en Lindy (1953-) werd hij ook voor de Olympische Winterspelen van 1972 in het Japanse Sapporo geselecteerd, waar hij de afdaling, de slalom en de reuzenslalom betwistte. In 1973 won hij de combiné tijdens de wereldberoemde Hahnenkamm Rennen en datzelfde jaar ook de reuzenslalom van de World Cup in Heavenly Valley, California. In totaal kroonde hij zich zesmaal tot Amerikaans kampioen. Hij studeerde af aan de University of Vermont en vestigde zich als huisarts in Keene, New Hampshire. Zijn zoon Jimmy (1981-) nam eveneens deel aan de World Cup skiën.

1951

Op de Olympische Spelen van 1976 in Montréal won de Duitser Jörg Diesch (1951-) samen met zijn broer Eckhart (1954-) goud in het zeilen met de Flying Dutchman. Eerder dat jaar had hij brons veroverd op het EK en WK. Met zijn broer kroonde hij zich in 1975, 1976, 1977 en 1980 tot Duits kampioen. Dat laatste jaar werden ze voor de Spelen van Moskou geselecteerd, maar door de Duitse boycot konden ze niet deelnemen. Nog eens vier jaar later waren beiden opnieuw van de partij in Los Angeles waar ze vijfde eindigden. Diesch studeerde af in 1978, specialiseerde zich in Orthopedische Heelkunde en startte een praktijk in Kiel.

1951

De Amerikaan Gary Hall, Sr. (1951-) zwom drie Olympische Spelen. In Mexico won hij zilver op de 400m wisselslag en twee jaar later verbeterde hij het wereldrecord van de 200m wisselslag. In 1972 in München haalde hij zilver op de 200m vlinderslag en nog eens vier jaar later brons op de 100m vlinderslag tijdens de Spelen van Montréal. Hij studeerde af aan de University of Cincinnati en specialiseerde zich in de Oftalmologie. Hij opende een praktijk in Phoenix, Arizona

1951

Op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico veroverde de 17-jarige Amerikaanse zwemmer Jack Horsley (1951-) brons op de 200m rugslag. Hij studeerde af aan de University of Cincinnati Medical School en specialiseerde zich aan het San Joaquin County Hospital van Stockton, California in Inwendige Geneeskunde. In 1979 vestigde hij zich in de Valley Clinic van Ellensburg waar hij zes jaar internist was. In 1985 benoemde men hem tot medisch directeur van de Spoedafdeling van het Kittitas Valley Community Hospital en in 1991 combineerde hij deze functie met die van Assistant Professor Gezondheidsleer van het CWS Paramedics Program. Daarna werd hij medisch directeur van het gezondheidscentrum voor studenten van de Central Washington University.


rdsm